1-5-41 Wat ik 's morgens hoor en zie !
Hola ! 't Is half zes ! Nu maar gauw uit de veeren ! Om kwart na zes ben ik reeds op weg naar de H. Mis. Welk een weertje ! 't Is een wondermooien morgen ! De zonne klimt reeds ten hemel. Ze doet alles ontwaken. O, zie eens !
De vogeltjes zijn al wakker. Ze stijgen ten hemel en kraaien daar hun vreugde uit. Ook de zwaluwen zijn ontwaakt. Ze scheren hoog in de lucht en zingen daar Gode ter eere. De koekoek houdt ook van de lente. Hij komt ons heerlijk "goeden morgen" wenschen. De bieën gonzen over de reeds ontloken bloempjes en zuigen er den zoeten honig uit.
Langzaam vallen de dauwdruppels van stengels en blaadjes en in een oogwenk is alles omgetooverd in weelderig groen. O ! wat is het des morgens buiten mooi en frisch ! Alles, ja alles herleeft in deezen heerlijken lentetijd.
even verpozen op de Klitsberg (ingekleurde foto)
5-5-41 De mei is er weer !
Mei ! gij zijt de schoonste der lentemaanden, de liefderijkste bloemenmaand, die toegewijd is aan onze Hemelsche Moeder. Welk mooi weertje toch ! De lucht is helderblauw, doorstreept met witte veertjes. Het zonneke lacht over velden en weiden. De fruitboomen staan in den boomgaard fier als pauwen. Ze lijken één bloemenruiker. In den hof schieten de planten weelderig op. Hier en daar komen reeds wonderschone meiklokjes piepen. Ze zijn blij afgeplukt te worden door een kinderhand, om dan te prijken voor het beeld der Meikoningin.
De vogeltjes schijnen het ook te begrijpen. Ze zetten zich neder op den tak van den boom, boven het kapelleken en zingen daar hun schoonste liedjes Maria ter eere. Ook wij hebben iets over voor onze lieve Moeder. In de klas zingen we schoone liederen en dragen ons werk op aan Onze Lieve Vrouw. Thuis versieren we met veel godsvrucht Moeders beeld en geven aan de kleineren het goed voorbeeld. We zulen dit jaar met veel vreugde deelnemen aan de bedevaarten om dan Maria's zegen af te smeken.
Wij, kruistochters, zullen ons met veel liefde toewijden aan O.L.Vrouw. Zoo wil het immers Monseigneur Kerkhofs. We zullen deze maand goed doorbrengen en veel tot Maria gaan, want 't is Zij die den vrede aan de wereld moet schenken door de Hand van Haar Zoon. Koningin van Vrede, b.v.o.
kapelletje op de Klitsberg in meiversiering, eind vorige eeuw
10-5-41 Mariakapellekens staan langs de wegen.
't Is nu de schoone meimaand, toegewijd aan onze H. Moeder Maria. Willen we eens een wandeling doen en alzoo een bezoek brengen aan onze Hemelsche Moeder ? O zie ! Daar tegen dien boom hoe schoon het beeld van Maria versierd is. Twee kaarsen flikkeren er en verlichten het donkere kapelleken. Het tweede kapelleken hangt tegen een staak. Welk een mooie krans prijkt er boven op. De slingertjes ritselen wild dooreen bij het ruisen van het zachte windje. 't Is ... alsof men Maria stil hoort zingen om het lieve Wicht in slaap te wiegen.
Zie, daarachter staat een kapelleken in steen opgericht. 't Is overal netjes opgesmukt en geverfd. O.L.Vrouw draagt een wit kleed met blauwen sluier en houdt Hare oogen en handen ten hemel gericht. Hoe schoon is dit alles. Kom, laat ons een weinig van ons spaargeld geven aan onze lieve Moeder. Gauw een nikkeltje in den" offerblok (toevoeging van de juf/zuster) .
Zie, hier hangt een kapelleken aan een grooten lindeboom. Dit is nog het schoonst van al degenen, die we hebben opgemerkt. De bladeren van den boom buigen alle naar O.L.Vrouw toe. Zouden ze het ook begrijpen en eerbied tetoonen voor onze Moeder ? Lieve Mei, gij zijt de schoonste maand van het jaar, gij brengt door uw schoonheid zooveel hulde aan onze Hemelsche Moeder. Leer ons de godsvrucht tot de lieve Maagd Maria


kapelletje op de hoek van Schaffensestwg. en Heerbosstraat, nu verdwenen
19-5-41 Een meiavond thuis
Wat is het plezierig 's avonds voor de deur te zitten en alles gade te slaan. Aan de westerkimme daalt de zon. Een koel windje blaast zijn adem over het golvend koren. De boomen wiegen zachtjes heen en weer. De boomgaard is één kleurenpracht. Doch ... langzaam sluiten zich de lieve bloesems en dutten in, om morgen bij den eersten zonneglans weer te prijken in hun grootste glorie. In den hof sluiten de bloempjes hun kelkjes. Zelfs de bloempjes aan de grot buigen hun hoofdje. Treedt misschien de nacht in of ... is het uit eerbied tot O.L.Vrouw ? Doch de meizoentjes staan nog in volle pracht. Zij hebben de groote eer van nog laat in den avond te bloeien.
De Klitsberg is eenzaam en verlaten. Alleen de dennen maken nog eenig gerucht. Buiten dit is er niets meer te hooren. De vogeltjes slapen in hun warme nestjes. Ze zijn moe van den langen, ganschen dag te zingen. Doch ... jawel ... er is nog iets. Hoor, hoe wondermooi ... Wie mag toch die lieflijke zanger wel zijn ? 't Is de nachtegaal ! Hoe wondermooi klinkt zijn lied. Is het misschien ook om Maria te eeren. Och ja ... alles immers looft onze Moeder. In de verte hoor ik het geroep van een koekoek. Eenige keeren maar ... dan niets meer. De stilte, de wondermooie avond treedt voorgoed in. De zon is achter den bergtop verdwenen.
't Wordt donker en donkerder. Hier en daar pinkt reeds een ster aan den hemel. Zie ... daar komt het zilveren maantje van achter een wolk te voorschijn. 't Is al heelemaal donker. Lut om binnen te gaan voel ik niet. 't Is buiten zoo frisch en koel. Hoor ... wie komt nu die zalige stilte storen ? 't Is de krekel. Hoera ! 't Is de krekel. Nu zal er zeker regen komen en de planten zullen weelderig opschieten. Eindelijk trek ik naar binnen. O ! Hoe wonderschoon is toch de avond in Mei ! Wat is God toch wonderlijk in Zijn Schepping !

boomkapelletje in de Klitsbergstraat
26-5-41 Maria: Koningin van Mei !
Lieve Moeder Maria, wij groeten U, Gij Koningin van Mei ! Gij zijt de Koningin van alles. Van het koren, dat zoo weelderig opschiet en zoo groot noodig is, om den hongersnood te overmeesteren. Van de veldvruchten. Ook van de schoone, lieflijke bloemen, die moeten dienen om uw beeld te versieren.
Gij zijt de Vorstin der vogelen, die hun gezang met vreugde laten weerklinken om U te loven en te prijzen. Lieve Moeder, Gij zijt de Koningin van gansch de natuur, van planten en dieren en ... van de menschen ! Gij zijt meester over ons hart. Maak het warm van liefde om Uw Zoon vurig te ontvangen.
Laat het licht van het geloofd dalen in de nog donkere harten van de vele zondaars. Neem ons allen onder Uwe hoede, o Maria, dan zullen we van niets of van niemand te vreezen hebben. Geef ons den vrede naar ziel en lichaam, dan zullen we eenmaal, gelijk we nu op aarde doen, ook Uw lof zingen in den hemel. O, lieve Meikoningin, bescherm uw kinderen in hun uitersten nood !

kapelletje in het Patersveld