Volgens het oudste document met informatie waren de geestelijken in 1918, vlak na de oorlog, gestart met een onderzoek naar een plaats om een zaal te bouwen die een grote meerwaarde zou worden voor de Paalse bevolking. Met inzamelingen bracht men de nodige gelden samen en het zou duren tot 1925 voordat de eerste steen werd gelegd.
Het moet een hele onderneming geweest zijn om in die tijd al het materiaal met paard en kar ter plaatse te krijgen. Een betonmolen kende men nog niet. Alle mortel om te metsen – en het zijn dikke muren vol gemetseld – werd met de hand gemaakt, net zoals het beton.
Er werd geen exacte datum teruggevonden van de officiële opening. Daarom koos de vzw Parochiale Werken ervoor om op zondag 1 maart 2026 het 100-jarig bestaan van het “Sint-Paulusparochiehuis”, zoals men het indertijd noemde, te vieren.
Aan de muur van de nieuwbouw had men een kleine tentoonstelling gemaakt met een kopie van het verslag waarin het idee om een zaal te bouwen werd beschreven. Daarnaast lag ook de door Maria in het Nederlands getypte nota, samen met enkele foto’s van de eerste steenlegging.
Daarna sprong men in de tijd naar 1982, met de aanvraag om de Parochiezaal Sint-Paulus te vernieuwen en uit te breiden. De plannen en foto’s van de afbraakwerken, het kuisen van de stenen en het metselwerk toonden hoe alles door vrijwilligers werd uitgevoerd. Honderden vrijwilligers zouden hebben meegewerkt om de vernieuwde en uitgebreide parochiezaal te bouwen en af te werken.
Spijtig genoeg is het boek waarin dagelijks werd bijgehouden wie er kwam werken, verloren gegaan. Van jongeren tot gepensioneerden: wie er ’s avonds, na de dagtaak, nog kwam helpen – vaak samen met de Chirojongens – staat niet meer allemaal genoteerd.
Zo geraakte de nieuwe zaal klaar en werd het oude gedeelte volledig gerenoveerd en aangepast. Op 17 september 1983 vond de officiële opening plaats. ‘Onze kapelaan’, ondertussen pastoor in Koersel, werd teruggehaald om het lint door te knippen. Het lint werd vastgehouden door pastoor Lode Clijsters en kapelaan Paul Truyers, en werd door EH Godfried Vanderfeesten doorgeknipt. Hij kreeg ook het eerste nieuwe biertje, “Het Leeuwke”, aangeboden. Drankenhandel Maurice Vanlook had speciaal voor die gelegenheid het Paalse biertje laten brouwen.
Tijdens de receptie was er een muzikaal optreden van de H.i.T.-band – en zij zullen zeker nog eens terugkomen.
Verder in de tentoonstelling zagen we nog plannen hangen uit 1968, toen bouwheer EH Vanderfeesten een aanvraag deed voor de bouw van een Jeugd-Sociaal en Cultureel Centrum. Dit werd in de Weijerstraat tegen de parochiezaal aangebouwd en telde twee verdiepingen. In 1969 werd het Pater Carremansheem in gebruik genomen.
Op zondag maakten de Chirojongens beneden en de Chiromeisjes boven gebruik van het gebouw om de jeugd een fijne spelnamiddag te bezorgen. De Kerels zaten in het oude gedeelte en tegenover hen was het lokaal van de kajotters en kajotsters, die hun activiteiten tijdens de week hielden. Later werden deze lokalen verbouwd tot een grotere ruimte voor Club 18.
In het heem zelf hielden door de week tal van verenigingen hun vergaderingen en had onder andere de ziekenkas CM er een vast lokaal. Later volgden ook de start van De Petteflet en een lokaal voor kinderopvang, nu van Ferm.
Ondertussen was ook de naam van de zaal veranderd: van Sint-Paulusparochiehuis naar Parochiezaal Sint-Paulus.
Nog wat verder in de tentoonstelling stond een bijzonder interessant tafeltje met mappen vol verslagen, kasboeken en rekeningen van het verbruik. In die mappen zouden velen onder ons eigenlijk eens rustig willen lezen, want daar staan ongetwijfeld nog heel wat interessante zaken en gebeurtenissen in. Geen wereldnieuws, maar wel prachtige verhalen.
Wanneer we even door het rekeningenmapje bladerden, viel op dat men in die tijd aan chocolade bijna evenveel – of zelfs meer – verdiende dan aan het tappen van pinten.
“Ja,” zei iemand lachend, “als ons ma en pa weg gingen, dan had ons ma altijd een stuk of tien repen chocolade bij. Dat wilde zeggen dat ze zo dikwijls gepast had met drinken, maar ook dat onze pa al minstens evenveel pinten had gedronken.”
Ook andere dranken, zoals een Péreke, een Geuze en een trappist, waren erg in trek. Het Leeuwke heeft jammer genoeg geen lang leven gehad.
Daarna kwamen we in het oude gedeelte van de parochiezaal, met het podium waar al zoveel activiteiten hebben plaatsgevonden: toneel, optredens, maar ook vele toespraken. Dat was bij de receptie van 100 jaar parochiezaal niet anders.
Achtereenvolgens namen voorzitster Maria Meynkens (Parochiale Werken), burgemeester Thomas Vints, schepen Jessie De Weyer, EH Tony Kerkhofs en later in de namiddag ook EH Geert Croes het woord.
De boodschap was duidelijk: 100 jaar is niet niks. Meestal is het een persoon die 100 jaar wordt, zelden een zaal. Dat betekent ook dat er doorheen al die jaren heel veel inzet van vrijwilligers is geweest. Veel zalen verdwijnen vandaag door een tekort aan vrijwilligers.
In 1918 ijverden de Paalse geestelijken voor een zaal, een plaats buiten de kerk waar mensen samen konden komen. We mogen gerust zeggen dat onze parochiezaal al heel veel mensen van allerlei komaf heeft samengebracht.
Hoeveel Sint-Niklaasfeesten zullen hier niet hebben plaatsgevonden voor de vele brave kinderen “oppe Buiting”? Kaart- en kienavonden, gezelschapsnamiddagen, bonte avonden en toneelvoorstellingen. Zelfs zieken werden hierheen gebracht om wat ontspanning te vinden.
We kunnen terugblikken op een eeuw gezellige momenten in het patronaat.
Ondertussen stond het broodjesbuffet klaar met belegde pistolets en als afsluiter lekkere taart. Aan tafel haalden de mensen vele herinneringen boven, van vroeger of van recentere activiteiten. Op het podium trad opnieuw de groep H.i.T op. Oftewel een 25 tal leden van onze harmonie: Hoop in Toekomst
Een kort gesprekje met Rita en Jos, kinderen van Gust en Maria Daniels-Sas, leverde nog enkele bijzondere weetjes op. Beiden zijn geboren in de parochiezaal, meer bepaald in de conciërgewoning waar hun ouders van 1951 tot 1960 woonden en toezicht hielden op de zaal. Die woning bevond zich waar nu de toog staat en waar ook een deel van de keuken met de gasvuren is.
Het waren kleine kamers, maar er was natuurlijk wel een hele grote zaal om te spelen wanneer er geen activiteiten waren. Ook om te leren fietsen was het een veilige plaats.
In die periode deed de parochiezaal tijdens de kermis zelfs dienst als fietsenstalling.
Plezierig was ook om via het souffleergat op het podium in het kolenkot terecht te komen. Kolen had men toen heel veel nodig om met de grote gietijzeren stoof de zaal warm te stoken. Geen gemakkelijke opdracht: met één stoof zo’n grote ruimte tot aan het golfplaten dak verwarmen.
Later werd er een vals plafond geplaatst, wat al een kleine verbetering was. Hoe zou het zaalcomité toen gereageerd hebben toen het mooie geschilderde kruisbeeld boven het podium uit het zicht verdween?
Onlangs heeft men boven het vals plafond alles grondig geïsoleerd zodat de gasmeter wat minder snel zal draaien.
Zo blijft er altijd werk aan de parochiezaal. Maar ze heeft nog zoveel geheimen en anekdotes die zeker de moeite waard zijn om eens uit te pluizen. Dat is misschien iets voor de toekomst.
Deze receptie 100 jaar parochiezaal bracht alvast heel wat herinneringen boven. Iedereen ging dan ook met een warm gevoel huiswaarts: het gevoel ooit mee een stukje geschiedenis van de parochiezaal te hebben mogen schrijven.
Tot binnen 100 jaar zou wat lang zijn, maar men hoopt elkaar nog vele malen terug te zien in “onze parochiezaal”. AC