Voor het onderzoek deed de stad beroep op Toxicowatch. Zij onderzochten de luchtkwaliteit door middel van biomonitoring. Daarbij haalden de onderzoekers stalen uit kippeneieren. Terwijl kippen scharrelen in de tuin, nemen zij neergedwarrelde stoffen uit de lucht op en ook eventuele dioxines en pcb’s. Deze stoffen lossen op in vet en stapelen zich bijgevolg op in het eigeel. Toxicowatch nam stalen op 5 locaties verspreid over Beringen. Deze locaties zijn dezelfde voor de nulmeting en het vervolgonderzoek. Het volledige rapport kan je op beringen.be/rapport-biomonitoringonderzoek raadplegen.
“Uit de resultaten van de laatste staalname zien we enerzijds een globale stijging in de gemeten concentraties en anderzijds significante fluctuaties op de 5 locaties verspreid over Beringen”, licht schepen Lemmens toe. “Dat maakt het moeilijk om de juiste volgende stappen voor ons te bepalen. Tegelijk deelt Agentschap Zorg en Gezondheid mee dat zelfs de hoogste waarden niet uitzonderlijk zijn in Vlaanderen. Mede hierdoor wordt de problematiek te complex voor ons als lokaal bestuur om hierin verder te gaan. Wij bezitten noch de middelen, noch de macht om mogelijke oorzaken aan te duiden in dit wat zich afspeelt in een bovenlokale context. Mogelijke oorzaken kunnen zich immers bevinden in de ruime regio rond Beringen. Het lijkt ons dan ook aangewezen dat het onderzoek verder gevoerd wordt op het niveau van Vlaanderen. Daarom vragen we het Departement Omgeving om de oorzaken van de hoge concentraties te bepalen.”