Diest – Paal – Peer
Op 1 september 2026 vertrok een postiljon (of postiljonne) vanuit Paal richting Diest, om te beginnen aan zijn — of haar — zware fietstocht over de postkoetsweg van 1777.
07:00 u: vertrek in Paal aan de kerk van Sint-Jan-de-Doper. Met hier en daar een stop kwamen we om 08:05 u aan op de Grote Markt van Diest.
(De koetsier poetst intussen de postkoets.)
09:30 u: of er nu reizigers waren opgedaagd of niet, de postkoets moest sowieso vertrekken — vergelijk het met het huidige openbaar vervoer.
Richting de Koning Albertstraat, waar na zo'n 150 meter aan de rechterkant de "Paalstraat" opduikt.
Of die straat verwijst naar ons dorpje is ons niet duidelijk, een Paalstraat kan evenzeer verwijzen naar de aanwezigheid van een grenspaal, of een ander soort paal.
Ook in Paal hebben we zo’n gehucht. Welke paal hier zo centraal in Diest zou gestaan hebben, is een vraag voor de erfgoeddienst van Diest …
Vervolgens fietsten we verder via de Schaffensestraat, waar destijds ongetwijfeld plekken lagen om de paarden te stallen, te laten rusten of te wisselen.
Een mogelijke stopplaats kan bv. deze Rode Leeuw geweest zijn. Nogal wat afspanningen/herbergen droegen destijds de naam ‘Rode Leeuw’, een verwijzing naar het wapenschild van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Rode Leeuw is nog bewaard gebleven in de vlag van Holland en Limburg en was in de middeleeuwen een soort kwaliteitslabel voor herbergen. Eerste halte:
Een stukje verderop snel een terrasje gedaan bij De Molensteen, die aanleunt bij een historisch pand: De molensteen leunt aan bij historisch pand Onroerend erfgoed – object 140037



Om vervolgens net ernaast, bij de Ezeldijkmolen, te stoppen.

"Het Visserke" (78 j.), Stadsfiguur in 2026, kwam ons te hulp en vertelde honderduit:
- Hij heeft een vergunning om vis uit te zetten in het water voor de Ezeldijkmolen, om die vervolgens te vangen en weer terug te zetten.
- Met trots vertelde hij dat hij heeft meegespeeld in de film De Witte van Zichem (vermoedelijk de tweede film, want hij sprak over 1000 frank gage en een stevige maaltijd die dag).
- Zo trots als een pauw wilde hij mee op de foto.

Vandaar fietsten we verder naar de Schaffensepoort, ooit belangrijk voor wie Diest in of uit wilde.


Deze straat loopt helaas dood, waardoor we een stukje verder via de Omer Vanoudenhovenlaan richting Halve Maan moesten rijden, om daar linksaf een fietsknooppunt/pad te nemen dat niet op de kaart staat.
Hier liggen enkele bezienswaardigheden, zoals de plek waar de Zwarte Beek in Diest samenkomt met de Demer.




Het zit kanon
Hihihi — hier sloeg onze fantasie even op hol. We vertelden Renata dat die ton vroeger gebruikt werd om de vijand met pek te overgieten (hahaha). De ton bleek gewoon een constructie te zijn om er als zitbank van het uitzicht te laten genieten.
Tevreden fietsten we verder richting Schaffen, waar we net achter de spoorweg rechts afslaan om meteen daarna links "De Postbaan" in te slaan — de straatnaam spreekt voor zich.



Na een dikke 1600 meter kwamen we bij Wijndomein Barenberg aan.



Waar onze fantasie weer de bovenhand nam en we "overvallen werden door struikrovers". Veel te veel struiken, veel te weinig rovers helaas, want die konden we wel de baas.


Hier volgen we links de splitsing verder op de Postbaan richting Blanklaer, waar we de eerste stopplaats op de Ferrariskaart tegenkwamen: cabaret "Het Balhuys", op latere kaarten omgedoopt tot ‘Baanhuis”
Het ‘Balhuys’ lag op de hoek van Blanklaerstraat (of de Grote Baan, zoals wij ze kennen) en de Baanhuisstraat, vlak bij de Zwarte Ring. Net voor Friesland Campina draaiden we dus linksaf het straatje in en omhoog richting Vleugt.


Achter de woning is nog een grote waterplas te vinden, of die historisch ook een drenkplaats was is ons niet duidelijk. Het lijkt zo op het eerste gezicht de Veldbeek te voeden die door Blanklaar loopt.

We zijn gaan aanbellen, hebben ons verhaal gedaan, en kregen van de eigenaars toestemming om foto's te nemen van hun historisch gelegen woning.
Boven op de heuvel kwamen we aan bij Café De Vleugt (helaas gesloten).
Dan maar het kruispunt over gestoken voor een kleine picknick.
Daar stopten twee mannen die de platen van de boemelparty kwamen afbreken. Al lachend en klettersend vroegen ze of ze erbij mochten komen zitten — waarop wij zeiden: "Ja maar, het is oud eten uit 1777, hè." Ze vroegen wat de bedoeling was van onze kledijstijl en de hoorn op de fiets... Kort en bondig: ze waren geïnteresseerd. Hoe meer we vertelden, hoe boeiender en mooier ze het project vonden. Ze vroegen ook of ze een foto van ons mochten nemen, want anders zou hun wederhelft het toch niet geloven als ze met zo'n verhaal thuiskwamen.
Allez hup, door naar het volgende stuk.
De volgende aflevering brengt ons van de Vleugt tot in Stal.







