Op een windstil moment in het water gaan in het midden van de oceaan om daar even te gaan zwemmen, is onbeschrijflijk. Zwemmen op een plek waar het vijfduizend meter diep is lijkt in eerste instantie complete waanzin en toch zijn dat de momenten die je altijd zullen bijblijven.
Gestaag zeilen we verder. Bij een snelheid onder de 4 knopen gaat eventueel de motor aan.
Na 24 dagen open zee doemen de Marquesas op, een eilandengroep onder Frans- Polynesisch bestuur. Nuka Hiva is het eiland wat we eerst aandoen omdat daar immigratieformaliteiten moeten vervuld worden.
Het eiland is tropisch en de weelderige plantengroei strekt zich uit op een vulkaan. Tijd vervaagt er en zelfs de gendarmerie neemt het niet zo nou met de uren dat ze open of gesloten zijn. Mensen lachen je toe en begroeten je met “Aloha” of een variant daarvan. Als je hen dan zegt dat het er paradijselijk is antwoorden ze je dat ze dat weten.
Met een pick-up truck en chauffeur bezoeken we alle hoeken van het eiland. Hier en daar stoppen we om wat van de kannibalistische cultuur te vernemen en om wat te eten.
Het eten is verrukkelijk ( geen mensenvlees) en wordt meestal bereid met kokos. De Franse culinaire invloed is markant en grappig want bij elke portie frietjes die je bestelt wordt er niet gevraagd of je er mayonaise bij wil, maar wel of je “sauce Roquefort” belieft.
Na een paar dagen zeilen we af naar Hiva Oa. Op dit eiland bracht Paul Gaugin z’n laatste dagen door.
Het plaatselijk bordeel waar hij klant was is ten behoeve van het toerisme recentelijk gerenoveerd. De meisjes moet je er zelf bij denken.
Ook Jaques Brel stierf op Hiva Oa. Samen liggen Paul en Jacques begraven op de Katholieke begraafplaats op ‘n vulkaansloop met ruim zicht op de zee.
Ik liet er een tattoo zetten. Op m’n voorarm prikte “Ka a”, de tattooïst , tiki’s, vogels, zee, golven en een windroos.
Verder ging de reis naar het prachtige Futuiva en dan naar de Tuamotu’s . In Fakarava kochten we wat zwarte parels en op een nog kleiner eiland in die archipel doken we tussen grote scholen haaien en tropische vissen.
We overwogen verschillende keren om er te blijven. Onze retourvlucht van Tahiti naar Parijs was echter geboekt. Het is trouwens een van de voorwaarden om de eilanden aan te doen. Je mag komen, maar je moet ook gaan. Een andere voorwaarde is dat je over “duiten” moet beschikken.
Het laatste traject van de Tuamotu’s naar de Society Islands zeilden we in vijf dagen. In een chique jachthaven meerden we af.
De dagen voor ons vertrek terug naar Europa brachten we door met uitstapjes over het eiland, luieren en culinaire verwennerij. Ja en ik heb er ook nog een halve marathon gelopen.
Via Los Angeles zijn we dan naar Parijs gevlogen . En na onze beleving in de Grote Stille Oceaan viel ons dat zwaar op het dak.
Zowel de verkramptheid in zo’n vliegtuig 24 uur lang als het niet terug vinden van onze bagage in Charles de Gaulle-airport, deed ons terugverlangen naar de wijde zee.
De treinreis met de Thalys naar Rotterdam was trouwens ook geen pretje. Met jet-leg zitten in een coupé waar de verwarming niet werkte en ook het koffieapparaat stuk was, bracht deze dure treinreis ons naar nog meer onheil. Om maar wat te noemen: coronabooster, Groningse gasperikelen, de toeslagaffaire en het oorlogsgeweld in Oekraïne. Alles went, zegt men.
Als ik niet zou weten dat alles een illusie was zou ik me nu dood ergeren aan de hoge gasprijzen. In de wetenschap dat alles een illusie is en ook dat dit illusionair is, schik ik me in de verdere reis . Tenslotte is Pala het doel.
Joe Cillen