De ‘escape mode’ werd me aangereikt door een eilandbewoner en buurman die in het bezit was ven een catamaran (Lagoon 457) en die het leuk vond als ik zou meezeilen op zijn schip de ‘’Wanderlust’’.
Voor een oud-zeeman blijft het zilte sop lonken en samen met Carol mijn vrouw monsterden we aan als bemanningsleden. Het avontuur begon met een try-out op een driemaster de ‘’Eendracht’’ die een tocht rond de Canarische eilanden maakte. Aan boord van dit ‘’Tallship’’ kregen we als aspirant-zeilers enige indruk van het werk . We waren onderbemand aan boord van dit schip en vijf keer overstag gaan in een wacht maakte ons duidelijk dat het van A naar B zeilen niet vanzelf gaat . Het was handen uit de mouwen steken. Met een brevet van zeewaardigheid monsterden we af en waren we klaar om de grote reis met de ‘’Wanderlust’’ naar Tahiti te ondernemen.
Na een vlucht naar Panama belanden we aan boord van het schip. Het lag voor anker in een baai pal voor het stadje Portobelo aan de Atlantische kust. Het was wachten daar teneinde toestemming te krijgen om in konvooi door het Panamakanaal te varen. Er waren voldoende bemanningsleden aan boord om dit tot een goed einde te brengen. Een minimum van 5 crew werd door de plaatselijke autoriteit vereist.
Begrijpelijk, om het varen, het vastmaken en losgooien van lijnen in de zes sluizen met een verval van 27 meter die het kanaal telt tot een goed einde te brengen. In Colon begint de passage met 3 sluizen die je telkens 9 meter hoger brengen. Daarna verloopt de passage zoals een stroom door de bergen en de jungle. Papagaaien die krijsend over je heen vliegen en apen die je hoort brullen aan de wal. Halverwege het kanaal gaan we voor anker in een groot meer met het indringende boodschap van de loods niet te gaan zwemmen. Het meer is vergeven van krokodillen. De nacht is betoverend op het meer. Volgende dag varen we richting Panama City en de 3 sluizen die ons de Pacific zullen in-hevelen.
De zee is spiegelglad en aan de horizon dient zich een rij wolkenkrabbers aan: Panama City. Het is een mooie stad en een bezoek van de oorspronkelijke oude stad is een belevenis. We drentelen rond in een post-koloniaal tijdperk en steken ei zo na een sigaar op. Carol en ik vinden de sfeer enigszins vergelijkbaar met Porto di Santa Cruz op La Palma. In Panama City slaan we proviand in voor de reis die ons naar de Society Islands moet brengen.
De kapitein heeft ook nog z’n handen vol aan administratieve zaken, corona-regulaties, visa’ s en dies meer. Terwijl we voor de stad voor anker liggen is er ook tijd om contact te leggen met bevriende wereldreizigers/zeilers die in afwachting zijn van wind die hun in de gewenste richting kan brengen. Afgezien het feit dat diesel duur is ,is het de bedoeling dat een zeilschip op de wind vaart.
En daarover meer de volgende keer…
Joe Cillen

