2. Voorwerp van het onderzoek. Terminologie.
Heirbaan of heerbaan, in het Latijn via genoemd is een verharde lange afstandsweg, aangelegd in de Romeinse tijd. Heir is een verouderd woord voor leger verwijzend naar het doel van deze wegen, nl. een snelle verplaatsing van troepen mogelijk maken en gelegerde troepen efficiënt kunnen bevoorraden.
Er waren verschillende gradaties in deze wegen, nl. een actus was een weg voor wagenverkeer, een iter was voor voetgangers en last- en rijdieren en een semila was een pad. Voor een via was de breedte bepaald op min 8 voet ( ca. 2,40m) doch de breedte kon variëren over het totale tracé van de weg.
De bekendste viae in Noord-Europa zijn de via Belgica (of via Vipsiana), de via langs de oude Maas en de via langs de Rijn. Deze grote viae zijn uitvoerig beschreven en gedocumenteerd in talrijke geschiedkundige boeken en publicaties. Ook een soort van Romeinse wegenkaart uit de 4de eeuw Tabula Peutingeriana genoemd geeft de voornaamste wegen van het Romeinse rijk weer.
Peutingerkaart. Zie vermeldingen van Mose/Maas, Atuata/Tongeren, Feresne/Stokkem)
Heerbaan (-straat, -weg) kan ook afgeleid zijn van de uitdrukking (’s) herenbaan, -straat, -weg met de letterlijke betekenis ‘de weg van de heer’, en is de algemeen verspreide benaming voor de grote, openbare weg die van het ene dorp naar het andere liep of die binnen de grenzen van een dorp gehuchten verbond. De Heerbaan is de hoofdstraat van Stal. In de Atlas van de Buurtwegen (1845) wordt ze Stalsestraat genoemd. Het belang van de straat hangt ook samen met het gebruik ervan als tracé voor de postkoets. Cfr. den berckenbosch gelegen tot stall, […] noorden die postbaan (1732, SL 110, 206v) (Zie: Vic Mennen, Willy Vanlook en Joël Burny, Koersel van Neusenberg tot Spiekelspade). De term ‘heerbaan’ kan dus een synoniem zijn van ‘heirbaan’, maar is het niet altijd. De term kan ook verwijzen naar ‘heerdgang’ of ‘heerwagen’, synoniem voor gehucht. .(heer(d) verwijst hier naar herder of kudde)
Een eerste studie van gezaghebbende werken over Romeinse wegen in onze contreien en consultatie van Robert NOUWEN, historicus en gewezen conservator van het Gallo-Romeins Museum van Tongeren, leerden al snel dat geen heirbaan - in de zin van een verharde lange afstandsweg - van Diest via Paal naar Peer te vinden zou zijn, en al evenmin een van Mechelen naar Diest. In de Barrington Atlas of the Greek and Roman world is er tussen die plaatsen van heirwegen geen spoor te bekennen.
Wel bestond er een heirbaan Antwerpen-Mortsel- Condacum(Kontich)-Rumst-Elewijt-Tienen-Atuatuca met een diverticulum in Tienen naar Sauveniére (deelgemeente van Gembloux/Gembloers) en een secundaire weg Tienen-Grobbendonk. Ook de via Belgica van Boulogne(Boonen), via Bavai, Tienen en Tongeren naar Keulen (later Chaussée Brunehaut genoemd) was een heirbaan.
Toch kan de plaatsnaam Peer in verband gebracht worden met de gezochte weg. De naam Peer komt in de oudste documenten als volgt voor: 1055/1082, 1107 Pire; 1108/1138 Pire, Pirges, Pirgis; 1161, 1178 Pyra; 1253 Perhe; 1280 Peres; 1254 en later Pere; 1370 Peer. Volgens J. Vannerus zouden deze varianten van de naam Peer teruggaan op het Latijnse pirgus en het oud-Franse pierge: verharde weg. Andere etymologische verklaringen als zou Peer verwijzen naar een omheinde ruimte (perre, parre), de vrucht peer of pieren zijn ongegrond bevonden. De betekenis van ‘verharde weg’ of ‘domein gelegen aan een verharde weg’ schijnt de enige te zijn die aanvaardbaar is (Zie: STINISSEN, Juul, Geschiedenis van Peer in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd, P.O.C.A.’92, 1998, 11-12).
De viae hadden diverticula (diverticulum: aftakking, zijweg). Een diverticulum was een secundaire weg die een verbinding maakt tussen twee kleine plaatsen of heirbanen.
Op basis van deze beschouwingen werd het voorwerp van de studie omschreven als volgt: de bepaling van het tracé van de ‘antieke weg’ van Diest naar Peer, en niet als de heerbaan/heirbaan van Diest naar Peer.

