Print deze pagina
16 maart 2025

De opstellen van Jeanne Peremans: maart 1940

Maart 1940 was een maand maart zoals we die kennen uit de weerspreuken: sneeuwbuien en vrieskou, afgewisseld met een flauw lentezonnetje. In haar verslag vermeldt Jeanne een zeldzame keer de aanwezigheid van de gemobiliseerde soldaten: ze vragen om binnen te mogen komen om hun handen te warmen aan de kachel.
Jeanne vertelt in een ander opstel ook een volksverhaal over Sinte Pieter, die gezeten op zijn ezel de aarde een bezoekje brengt. Dat Sinte Pieter gebruikt maakt van een ezel om zich te verplaatsen op aarde mag ons anno 2025 misschien verwonderen, nu de tweedehands Tesla's goedkoop worden, honderd jaar geleden was dat blijkbaar de gebruikelijke manier. Zo lezen we ook in het volksverhaal van Smidje Smee: "Onze-Lieve-Heer ging vaak met Sint Pieter op reis. Eens toen ze onderweg waren, verloor hun ezel een hoefijzer. Op dat ogenblik waren ze precies voor de deur van Smidje-Smee, die aan 't werk was en Onze-Lieve-Heer vroeg hem of hij de ezel wilde beslaan."
Wie weet bezocht Sinte Pieter ons dorpje wel in de gedaante van Pietermenneke, wiens trouwe metgezel toch een ezel was ? But since there is no memory in heaven, the souls forget ...

maart40Maartsche Buien

We hebben dit jaar een strenge winter gehad. De lente is al lang begonnen en buiten is het nog een echt winterweer.
Een enkele stond schijnt de zon en dan verdwijnt ze weer plots achter de grijze, donkere wolken. 't Is een weer om er van te griezelen. De wind blaast door de naakte takken der boomen en doet de menschen chter de kachel blijven. Dan weer vallen dwarrelende sneeuwvlokken naar beneden. Na enkele stonden hagelt het en daarna ishet weer regen.
De soldaten vragen om hun te mogen komen warmen, want zij ook gevoelen die nijpende koude aan hun handen en aangezicht. Op het veld ziet men geen enkele landbouwer. Er is nu niets meer te verrichten met zo een sneeuw en regen.
De velden zijn bedekt met een wit topje en dit belet hen het land onder te delven.
't Zijn echter maartsche buien, daar achter komen de aprilsche grillen, maar daarna verwachten we het mooie schoone weder.
Orde leidt tot God.

 

 

Opstel: Jezus met St.-Pieter op reis

't Was op een schoone lentedag.
De zon stond aan den blauwen hemel en een zwak windje ruischte door de nog naakte takken der boomen. Sinte Pieter stond aan de hemelpoort met de gouden sleutels in de hand en keek op aarde neer. O, hoe gaarne zou hij toch nog eens een reisje doen op de wereld. Opeens, zonder dat hij het wist, stond O.L.H. voor hem en sprak op minnenden toon: "Brave apostel, gij hebt Mij altijd trouw gediend, 't is nu mooi weer, willen we eens een kijkje nemen op de wereld ?"
O, ja lieve Meester sprak deze. St.-Pieter nam zijn ezel en op één, twee, drie daar stonden ze reeds op aarde. Nadat ze al een tijdje gegaan hadden sprak ons Heer: "Willen we gaan eten".

sintepieter

Sinte Pieter nam deze woorden met blijdschap aan. Ze vingen een ooievaar en legden hem op het vuur. Terwijl O.L.H. naar het dorp ging zou den apostel de wacht houden bij het vuur. De ooievaar rook zo lekker. Sinte Pieter kon niet meer wachten tot ons Heer terugkwam en daarom smulde hij er een lekker pootje van binnen.

Toen O.L.Heer terugkwam zag Hij dat de ooievaar maar één poot had. De zaligmaker sprak: "Waar is die andere poot ?"
"Maar Meester," sprak de apostel, "al de ooievaars hebben immers maar eene poot".
Om de waarheid te weten gingen ze naar het veld, daar zat een heele groep van die vogels. "Ziet ge wel, " riep Sinte Pieter uit, "dat ik de waarheid heb gesproken."

O.L.Heer joeg de ooievaars op en zie daar strekten ze hun tweede poot ook uit. Sinte Pieter keek beteuterd op zijn neus en ons Heer, ziende dat hij berouw had, sprak: "Kom Petrus, 't is al vergeven, Ik vergeef gaarne aan diegenen die berouw hebben".

ooievaars

Laatst aangepast op 16 maart 2025