Wintervermaak
Reeds lang hadden we getracht naar den winter die komen zou, met zijn plezier en vermaak.
Eindelijk is hij aangekomen. Als een wit baarkleed ligt de sneeuw verspreid over velden en weiden. 't Is een vermaak voor de jeugd. Reeds van 's morgens vroeg zijn ze op weg naar een toegevroren beek of gracht. De schaatsen worden aangebonden en op een, twee, drie daar rijdt men over het is in dolle vaart. Zoo rap als de wind vliegen ze erover. Hier tuimelt er een en staat recht met een bloedende neus. Ginder tast er een aan de bezeerde knie. Het bloed komt door de kous gesijpeld. Maar algauw vergeten ze dit en rijden weer zoo vlug als de anderen. Het middagmaal smaakt dan eens zoo goed na zoo een plezierschaatsen.
Na den middag begint het spel opnieuw. Het gaat nu nog vlugger na zoo smakelijk gegeten te hebben. Tegen den avond keeren ze allen moe en afgemat huiswaarts.
O winter met uw ijsvermaak, wat verleent ge toch plezier aan de kleine gasten.
Opname van de Elfstedentocht in 1942: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/transcoded/1/16/Elfstedentocht_Weeknummer%2C_42-05_-_Open_Beelden_-_72713.ogv/Elfstedentocht_Weeknummer%2C_42-05_-_Open_Beelden_-_72713.ogv.360p.webm
De winter bijna ten einde
Gisteren spraken de menschen nog onder malkaar: de winter zal niet meer ophouden.
En zie, de dooi is ingetreden. Met groot gedruisch glijdt de sneeuw van de daken. De straten staan onder water, net of het heel den nacht geregend heeft. Hier en daar vindt men een open plek waar de sneeuw reeds verdwenen is. Daar ziet men dan gewoonlijk de vogeltjes. Hun kopje hangt scheef. Het lijkt wel of ze smeekend vragen om een stukje brood.
Hoe verheugd zijn ze en hoe krioelen ze door elkaar wanneer men kruimels strooit. De baan is glad en de menschen zijn heel voorzichtig. Men hoort niets anders meer in de dagbladen dan dat er een auto uitgeschoven is en een mensch overreden.
We zijn blij dat de winter bijna ten einde is, want hij verricht hier niet veel goeds.

Nagedachtenis van Koning Albert
Zes jaren zijn er reeds voorbij gegaan. Zes jaren sinds de droeve mare een rol speelde. Op 17 februari 1934 werd koning Albert, onze roemrijke vorst, zoo onverwachts gedood. Hij had een groote voorliefde voor bergbeklimming. Hij beklom een der hoogste rotsen te Marche-les-Dames. 't Is daar geweest dat Albert de Groote zijn dood vond.
't Was haast ongelooflijk toen we dit droeve nieuws vernamen. We moesten het toen wel gelooven wanneer er nadere berichten over kwamen. Ach, waarom moest dit alles gebeuren? Albert die zijn volk en vaderland zoo liefhad. Die met zijn dappere oudstrijders vier jaar lang aan den IJzer heeft gestreden om den vrede. Zonder een stap te wijken heeft hij daar gestaan en gevochten tegen den Pruisch. Eindelijk hebben de Duitschers moeten toegeven aan het kleine maar dappere België.
Sedertdien heeft België in vrede geleefd. Dan kwam het droeve nieuws. Koning Albert dood. Hoe droevig en vol wanhoop klonk dit woord. Nooit zullen we onzen zoo dappere vorst vergeten. Laten we nog een vurig gebed sturen voor de zielerust van Albert de Groote.
In den hemel zal onze vorst nog immer waken over het dappere Belgenland en zijn beminnend volk.
"Albert gij waart een vurig christen, spreekt gij dat in den hemel ten besten voor de nog altijd hoopvolle Belgen."
Een zonnige dag in Februari
Al lang hadden we ons de vraag gesteld: "Zou de winter blijven duren ?"
't Was een lastig raadsel. Eindelijk is het opgelost.
De lucht is helderblauw en aan de oosterkim heeft ze reeds een rooden glans. 't Is een teeken dat de zon opkomt. 't Zal vandaag een schoone dag worden. O, zie helder straalt nu de zon aan den blauwen hemel. Ze doet alles ontwaken. Ze kust de vogeltjes wakker die gisteren nog bang wegvluchtten van het barre winterweer. Zodra deze ontwaakt zijn stijgen ze op en zingen een innig danklied voor hun heilige Schepper. De menschen zijn nu ook al uit het bed en ademen de gezonde lucht met volle teugen naar binnen. O, hoe mooi is de natuur. Hij is geheel veranderd sedert het slechte regenweer. De boomen zijn nog naakt, maar weldra zal de lente haar intrede doen. Dan zullen ze weer versierd zijn met hun groen kleed. Spoedig nader ik de kerk, daar zal ik O.L. Heer loven en danken en Hem vragen nog vele zonnige dagen te laten komen !