Voor sleepboten was de Kolenbeurs in een bijgebouw van café De Sleepvaart gevestigd. Emiel Moons was de beursmeester voor het afhandelen van steenkool transporten via sleepboten
Hij was tevens diensthoofd van de Sleepvaartgroepering. Ook hier bestond meldingsplicht bij het aanmeren en gelijkaardig aan Hasselt werd een lijst opgesteld met dag en uur van aankomst. In het bureel van de beursmeester werden elke dag om 11h00 en 17h00 de ladingen toegekend. Emiel Moons bestelde tevens de sleper. De provisie op de lading moest ook onmiddellijk betaald worden.
Om de 3 maand bracht Emiel het provisiegeld naar de hoofdzetel in Antwerpen.
Bij het in- en uitvaren van de haven werden de boten gesleept door de havenboot (portboot genoemd in het jargon). Soms moest er plaats gemaakt en boten uit de haven gesleept worden om een specifieke te laden boot prioriteit te geven en op de laadplaats aan te laten aanmeren.
De schippers die in de voormiddag geen lading konden bemachtigen bleven dikwijls in het café hangen tot 17h00. Het gebeurde meermaals dat zij in beschonken toestand opgehaald werden door hun vrouw. Het waren gouden tijden voor café De sleepvaart.

Huwelijk Emiel Moons en Louise Pauwels, eigenaars van De Sleepvaart, in 1942
Bij laagconjunctuur hadden de reders en de schippers het heel moeilijk en het gebeurde dat men tot 6 weken moest wachten om een lading te kunnen vervoeren.
In het bijgebouw van De Sleepvaart was ook het bureau gevestigd van de Antwerpse rederij Eugene Herbosh. Deze rederij had de toelating om volledig zelfstandig te werken. Hun schepen hadden geen meldingsplicht op de kolenbeurs. Zij kochten steenkool aan en regelden het vervoer via hun eigen schepen.
Sleepboten aangemeerd aan de ingang van de Lossing. Zie ook de stoomboten.

De Sleepvaart in 2022
De reders en schippers
Veel schippers hadden geen adres, zij leefden als zigeuners op het water. Niet alle schepen waren comfortabel en de levensomstandigheden niet al te hygiënisch, zeker wanneer er lang moest gewacht worden op een lading. Op zondagvoormiddag verzamelde de grote meerderheid aan het café en voeren gemeenschappelijk naar de overkant om de mis bij te wonen in de kerk van Tervant.
In café de Sleepvaart bestond het cliënteel voornamelijk uit reders en eigenaars van schepen. Matrozen en scheepspersoneel bezochten daarentegen het café Perceval. Op zaterdag en zondagavond werd er stevig gedanst in De Sleepvaart. De tekening van de betonnen vloertegels was na een tijd volledig weg gedanst. Theo Moons heeft bij de renovatie van het café enkel originele tegels behouden en hiermee de open haard geplaveid. Bij de plechtige communie van Theo in 1961 werd er 3 dagen lang gefeest. Vele schippers woonden het feest bij er werd duchtig gegeten, gedronken en gedanst. Theo kreeg ook een overvloed aan geschenken, inclusief een geldsom van bijna 7000BEF (180€)

Dansen in de Sleepvaart
De bakker kwam dagelijks brood leveren aan de schepen en op zondag bracht bakker Borremans taarten. Voor medische hulp kon men dag en nacht beroep doen op dokter Leo Vandergraesen
.
1963
Tijdens de winter van 1963 vroor het kanaal dicht. Gedurende 3 maand was er geen transport van kolen mogelijk via het Albertkanaal en de schippers moesten in hun ingevroren schepen blijven. Juist nu er grote nood aan steenkolen was kon men geen grote ladingen verschepen. Er werd dan noodgedwongen overgeschakeld naar transport met vrachtwagens. Swa Vandebosch herinnert zich dat er een rij vrachtwagens stond aan te schuiven op de Ulfortstraat, de huidige Havenlaan en Lossingstraat, vanaf de voormalige kliniek, nu rusthuis Ocura, tot aan de Lossing.
De families Perceval en Moons hadden de jaren voordien fors geïnvesteerd en die investeringen rendeerden niet zoals verwacht. Perceval is in 1963 overkop gegaan en sloot café en kruidenierswinkel. De familie Moons sloot noodgedwongen de kruideniers- en groentewinkel.
Na 1963 was er een terugval van de activiteiten aan de kolenhaven. In 1964 werd de kolenbeurs in Tervant gestopt.