Print deze pagina
20 mei 2023

De Lossing van Tervant (afl.2): de scheepsmeter, het economaat en de garde

De scheepsmeter

De taak van de scheepsmeter was het bepalen van het volume van de scheepslading. De functie van scheepsmeester werd vooral toebedeeld aan voetballers van FC Beringen omdat de job flexibiliteit bood en lichamelijk weinig belastend was. Camille Daniëls was de 1ste scheepsmeter die geen voetballer was. Hij woonde met zijn familie op het terrein van de kolenhaven.

Bij het invaren van de boot werd gemeten hoe diep het schip on het water lag d.m.v. merktekens die op de boot geschilderd waren. Na het laden werd de diepgang opnieuw gemeten tot op de centimeter nauwkeurig. Wanneer er golven op het water waren was dit een delicate zaak. Voor elk type schip werd dan op basis van afmetingen van de laadruimte berekend hoeveel ton kolen er in het scheepsruim opgeslagen werden. De scheepsmeter stelde zijn rapport op en bezorgde het aan de administratieve diensten van de koolmijn. Op basis van dit rapport werd de factuur opgesteld.

Het economaat

De koolmijn beheerde 3 economaten. Economaat 2 was gevestigd op het terrein van de kolenhaven. Vader Mirke Vanderheyden werkte als markeur op de mijn en woonde alzo in een huis van de mijn maar wel aan de Lossing. Het adres was indertijd Ulfort 3. In dit huis was ook het economaat gevestigd dat door moeder Vanderheyden, Theresia “Florke” Huygens op zelfstandige basis werd uitgebaat. Het economaat werd van 1950 tot 1955 beheerd door de koolmijn van Beringen. Zowel schippers als omwonenden konden er hun inkopen doen. Elke maand maakte moeder Vanderheyden een verslag op van wat er verkocht werd en bezorgde ze de inkomsten aan de diensten van de mijn. Voor de schippers was er ook gelegenheid tot telefoneren. Naargelang er meer en meer buitenlandse schepen aanmeerden steeg ook het internationale telefoonverkeer. In het begin konden de kosten niet volledig doorgerekend worden zodat het telefoonverkeer voor grote verliezen zorgde. Uiteindelijk werd er voor internationale oproepen eerst de prijs bij de RTT (het huidige Proximus) opgevraagd vooraleer men kon telefoneren. Het ging de schippers niet altijd voor de wind en het gebeurde dat er “op de poef” moest gekocht worden. De meeste schippers losten hun schuld af bij de volgende gelegenheid maar er waren natuurlijk ook schlemielen die men na de aankoop nooit meer terug zag. Al bij al was het economaat niet al te winstgevend voor Florke.
Zij ontving maandelijks 10% op de omzet en op het einde van het jaar werd er een inventaris opgemaakt en definitief afgerekend. Meestal was de eindbalans negatief omdat het eigen verbruik, wanbetaling en diefstal het verschil maakten. In 1955 verkocht de mijn de uitbating aan de firma Janssens & Gilissen uit Bree die op hun beurt de zaak verkochten aan Limburgia NV.
In 1970 sloot Limburgia het voormalige economaat.

Huis aan de Lossing 2022

 image3

Het huis naast het economaat werd bewoond door de familie De Swert. Albert “Bér” De Swert werkte op de bovengrond in het atelier van de mijn en had recht op een huis van de mijn. Het gezin had 6 kinderen en heeft er van 1956 tot 1967 gewoond.

image19

Het economaat nu, verloederd en vervallen.

image41

image40

Het economaat plan uit 1938 (met dank aan het Mijnmuseum Beringen)

image4

William en Gerda Vanderheyden voor de ingang van het economaat

image39

Familie Vanderheyden met hun  1ste auto voor het economaat, rechts het huis van familie De Swert

De garde op de Lossing

Charel Verniers was de garde en hij was opvolger van een nog strengere garde Mathieu Lucas.
De taak van de garde bestond er in alle installaties van de haven te bewaken en diefstal van steenkolen te voorkomen En er werd nogal gepikt! Het terrein van de kolenhaven was volledig afgesloten met een 2.5m hoge prikkeldraad. De kleine kolendieven kwamen met de fiets en plaatsten een halve velg van een fietswiel onder de draad en kropen daaronder door om hun zak met kolen te laden. De gevulde zak werd dan in de vork van een damesfiets gelegd en zo vervoerde men dan de gestolen buit naar huis. Er waren ook dieven die het grootser zagen en die hun auto vol laadden.
Het omgekeerde gebeurde ook. De ouders van Swa Vandebosch woonden achterkant de Lossing in de Ulfortstraat (nu de Lossingstraat) Bij overtollige stock vielen er al eens steenkolen onder de draad door maar vader Vandebosch was eerlijk. De dagen dat het maar een halve dag school was gebood hij Swa om die door de draad gevallen steenkolen terug op het terrein van de kolenhaven te gooien. Ook populair was het” kolen rapen” langs de bedding van het kolenspoor van aan de Stationsstraat tot aan de Lossing. Vooral in de buurt van de Lossing, waar de pakkans kleiner was, werden honderden kilo’s steenkool opgeraapt. De overvolle wagons verloren regelmatig een deel van hun lading al dan niet met soms een beetje hulp.

image14

De garde op de Lossing

 

 

Laatst aangepast op 20 mei 2023