Print deze pagina
24 april 2023

De Lossing van Tervant (afl1)

Deze reeks over de “De Lossing” in Tervant  is gebaseerd op opzoekingswerk door de historische werkgroep van paalonline en een gesprek (17 november 2022) met Theo Moons, Serge Daniëls, William Vanderheyden (met dank ook voor foto’s en tekstaanvullingen), François Vandebosch, een telefonisch onderhoud met Liliane en Simonne De Swert.  Foto’s van Edgard Vandebosch, lay-out en kaarten door Jef Geboers

Aflevering1:  de Lossing
De Kolenhaven van de mijn van Beringen in Tervant is in de volksmond gekend als “De Lossing” en is gesitueerd tussen de Olmsesteenweg, het Albertkanaal, Zandhoefstraat en Lossingstraat.
De Lossing was bij de start van de koolmijn van Beringen ook de juiste omschrijving van wat er op die plaats aan het Albertkanaal gebeurde. Er werden namelijk schepen gelost die materialen vervoerden voor de opbouw en onderhoud van de mijn. Zo werden er onder andere grote hoeveelheden kiezel gelost die in de ondergrond gebruikt werden voor het aanleggen van treinsporen. Eens de exploitatie van de koolmijn op volle toeren draaide werden de steenkolen via dezelfde lossing verscheept.

Het Albertkanaal werd in 1924 ter hoogte van de huidige kolenhaven verbreed zodat de schepen konden aanmeren zonder het verkeer op het kanaal te verstoren. Met een kraan die op de oever opgesteld stond ter hoogte van café De Sleepvaart werden de schepen gelost en geladen.
Op 3 mei 1938 werd het nieuwe havencomplex, een inham van 400mx 60m, inclusief de portaallaadkranen en technische ruimtes in gebruik genomen.
Op het terrein stonden 3 huizen voor werknemers van de koolmijn die al dan niet op de lossing werkten nl: oorspronkelijk de garde, de 1ste kraanman en het economaat. Eind jaren zestig werden de woningen van de garde en de kraanman opengesteld voor overig mijnpersoneel. Verder was er een scheepsloods die het materiaal van de roeiclub herbergde, een bureel voor garde en scheepsmeter en een technische ruimte ter ondersteuning van de installaties. Verwarming en warm water werden vanuit de koolmijn aangeleverd via een buizensysteem dat parallel aan het kolenspoor was aangelegd. Om de kolen aan te voeren vanuit de koolmijn werd in 1926 een dubbel treinspoor aangelegd dat zich opsplitste in meerdere sporen op het haventerrein. De aangevoerde kolen werden op de koolmijn voorgesorteerd volgens kwaliteit en grootte vooraleer ze op de treinwagons geladen werden. De treinwagons, kubelwagens, werden getrokken door een vuurloze stoomlocomotief. De stoom werd in de tank van de locomotief geperst in de mijngebouwen. In de kolenhaven werden de steenkolen dan opgeslagen volgens de voorgesorteerde klassen. De totale stockagecapaciteit van de mijn was 400 000 ton kolen. Aan het gestockeerde volume kon men zien of de economie in goed of slechte doen was. Als het slecht ging in de industrie lag het terrein vol met steenkool.
Bij hoogconjunctuur werden de kolen soms direct van de kubelwagens in het schip geladen.
2 grote portaalkranen en een kleinere werden gebruikt om de schepen te laden.
De totale laadcapaciteit bedroeg 600 ton per uur.
De kolenhaven is sinds 22/12/1993 door Onroerend Erfgoed Vlaanderen “Vastgesteld bouwkundig erfgoed omwille van de industriële waarden”. Ook de 2 rollende portaalkranen gebouwd (75 ton/uur in 1930 en 300 ton/uur in 1949) door S.A. Titan Anversois uit Hoboken zijn in het beschermbesluit opgenomen. En wat gebeurt er nu mee?

 image17

Kaart 1933, verbreding van het kanaal was toen de Lossing

 image20

Kaart 1939 Omgeving van de Lossing

image18

Kaart 2023 Omgeving van de Lossing

 image23

De Lossing vanaf 1924

image21

Bouw van de kolenhaven in 1938

image26 

De Lossing in 1964

image25

Begin september 1944, schepen opgesloten in de kolenhaven door de Duitsers

 image33

De Lossing 2022

image29

Zicht Kolenhaven 2022

image35 

Locomotief met kubelwagens

 image22

Lossen van treinen en laden van de schepen

 image6 

Lossen van een kubelwagen

image36 

Wachthuis aan de ingang van de Lossing aan de Olmsesteenweg

Laatst aangepast op 24 april 2023