Eén theorie (Maria Gimbutas) legt de bakermat van het Indo-Europees in Zuid-Rusland en Oost-Oekraïne (5de millennium voor Christus). Dit was het land van de Kurgancultuur, pastorale groepen met een nomadisch karakter. De ruiters-herders van de Kurgancultuur zouden volgens deze theorie het Indo-Europees verspreid hebben toen ze op zoek gingen naar nieuw land voor hun kudden. Kurgangroepen zouden in de loop van het 4de millennium voor Christus het gebied van de Balkan en de Donau hebben ingenomen, waarbij hun cultuur met de lokale cultuur versmolt. In het 3de millennium voor Christus ging de migratie van Kurgangroepen verder richting Noord- en West-Europa. Het Indo-Europees zou in de Lage Landen geïntroduceerd zijn rond 2500 voor Christus.
Een andere theorie (Colin Renfrew) gaat ervan uit dat het thuisland van het Indo-Europees te zoeken is bij de agrarische gemeenschappen van Centraal Anatolië (6000-6500 voor Christus). Deze boeren zouden vanuit hun thuisland via de Balkan over de rest van Europa uitgezwermd zijn op zoek naar landbouwgrond voor hun steeds groeiende bevolking. Door de uitbreiding van hun territorium verspreidde het Indo-Europees zich en ontwikkelde het zich verder door contacten met naburige volkeren.
Het Indo-Europees begon na verloop van tijd uit elkaar te vallen in dochtertalen. Enkele factoren die dit in de hand werkten, waren:
- de verspreiding van Indo-Europese groepen over Eurazië en het hierdoor ontstane contactverlies van afgescheiden bevolkingen.
- taalvermenging door contact met volkeren met andere talen.
- taalontwikkeling in isolement van verschillende Indo-Europese groepen.
Robby Vanesch

Deze talen'stamboom' geeft ons een beeld van de vertakkingen van het Indo-Europees naar de moderne talen toe. De dikte van de vertakkingen geeft een idee van het aantal sprekers rond het jaar 0, de grootte van het gebladerte suggereert het aantal gebruikers van de moderne talen die uit de Indo-Europese stam ontstaan zijn. Nederlands en Vlaams worden hier apart aangeduid, wat niet helemaal correct is. Om als een aparte taal beschouwd te worden zou de grammatica ook moeten verschillen, wat voor de dochtertaal van het Nederlands, het Zuid-Afrikaans, en de zustertaal het Fries inderdaad het geval is. De verschillen tussen Zuid- en Noord-Nederlands situeren zich vooral op het vlak van uitspraak en woordenschat, een variatie die je ook in andere taalgebieden aantreft. In de toekomst kunnen Noord- en Zuid-Nederlands natuurlijk verder uit mekaar groeien, of net omgekeerd, of misschien helemaal verdwijnen, een lot dat momenteel ook ons dialect te beurt valt .... Een boom is een levend organisme, takken sterven af, nieuwe twijgen ontstaan ...
