Print deze pagina

In Memoriam Staf Beerten

stafbeertenStaf Beerten, kunstschilder in Paal, geboren in Beverlo, werd op 1 oktober 2019 begraven in Beverlo.

Zijn goede en trouwe vriend Jos Lemmens sprak in de kerk na de begrafenisplechtigheid een afscheidsrede uit.

Hieronder kan je de tekst ervan lezen:

“Als kleine jongen was Staf misdienaar in deze kerk. Je verwacht dan dat hij een aantal anekdotes over uitgehaald kattenkwaad zou vertellen. Maar neen, hij had het dan over de erg mooie heiligenbeelden, de mooiste uit de omgeving. En die had men om een of andere reden weggehaald en op zolder geplaatst.

Toen al was de kunstenaar in Staf aanwezig.

Hij oefende het beroep uit van schilder-decorateur. Aangemoedigd door Broeder Max en Ludo Laagland volgde hij vanaf 1954 een 4-jarige opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en het Nationaal Hoger Instituut te Antwerpen o.a. bij prof. Jan Wouters, Gustaaf De Bruyne, Carl De Roover en Antoon Marstboom.        

                      

Hij ondernam samen met o.a. Ludo Laagland en Amand Van Rompaey studiereizen naar het vroegere Joegoslavië, Griekenland, Turkije, Spanje, Zuid-Frankrijk, Bulgarije enz. Hij nam vooral vanaf 1963 deel aan een hele reeks individuele- en groepstentoonstellingen in binnen-en buitenland. Gedurende een 6-tal jaar was hij leraar schilderen aan de School voor Schone Kunsten te Neerpelt, en verder ook in Beringen (vanaf 1964) en Heusden. Hij werd lid van o.a. Kunstkring Heikracht Neerpelt, Kunstkring Beringen waarvan hij in 1951 medestichter was, Palarte Paal en Kunstkring Tessenderlo.                                                     In 1995, naar aanleiding van zijn 65ste verjaardag verscheen een eerste kunstboek. Een tweede boek “ Staf Beerten 80”, werd in november 2010 uitgebracht. Dit boek bevat 180 afbeeldingen van recentere werken, waaronder ook zijn “decoratieve” werkjes, de zogenaamde “mennekes”, een reeks houten paneeltjes met figuurtjes. In 2014 ontving hij de cultuurprijs van de stad Beringen.

Zelf heb ik het grote geluk gehad Staf te leren kennen als vriend. Uren heb ik met hem gefietst, gewandeld, gewerkt en in de zetel gezeten. Onze gesprekken gingen bijna altijd over kunst. Staf las eigenlijk niet zo veel, maar met zijn ogen had hij wel alles gezien en opgeslagen voor altijd. Het verbaasde me steeds dat hij zoveel wist over beeldende kunst en klassieke muziek.

Hij vertrouwde me dan ook toe dat zijn grote passie eigenlijk klassieke muziek was. Zijn moeder was erg muzikaal en zelf ervaarde hij zijn gebrek aan muzikale opvoeding als een groot gemis. Maar in de kerk zong hij luidkeels mee. Staf zong dan wel de tweede of derde stem en dat was bij momenten wel eens gênant als je langs hem zat.

Tijdens het fietsen vertelde hij me hoe hij als jonge snaak deelnam aan wielerwedstrijden met een gewone fiets. Dat ging erg goed. Hij won zelfs één wedstrijd. Hij fietste regelmatig naar Antwerpen of Mechelen om familie of collega kunstenaars te bezoeken. Tijdens zijn studie in Antwerpen zat hij in de klas met Wannes Van de Velde. Wannes was volgens Staf de beste tekenaar van de klas, maar in die tijd was hij ook al een gitaarvirtuoos en koos dan ook voor de muziek.

Tijdens de vele wandelingen leerde hij me kijken naar de wondere dingen van de natuur. In het voorjaar, tijdens de kruisdagen, leerde ik zo dat er niet één groen, maar wel tientallen soorten groen te bewonderen waren. Ook wees hij me op de harmonie, op het evenwicht in de natuur. Trouwens het evenwicht en de harmonie van de kleuren en compositie was voor hem erg belangrijk in een schilderij. Door een gebrek daaraan bleven sommige werken soms jarenlang onafgewerkt staan in zijn atelier. Daarom ook kon Staf, hoewel hij vrij figuratief schilderde, ook omvergeblazen worden door de schoonheid van een abstract werk. Het gebrek aan deze eigenschappen stoorde hem ook dikwijls als wij een tentoonstelling bezochten van andere kunstenaars.

Staf had een groot bos en daar was altijd werk. Bomen zagen met de kettingzaag was voor hem een fijne ontspanning. Het hout werd klaar gemaakt voor de open haard en de kachel in zijn atelier. Maar het grootste plezier beleefde hij aan de kleinere takken. Die werden opgestapeld om te drogen. Als het dan mistig weer was, werd een vuur aangestoken. Omdat het verboden was, moest er altijd wel eerst gecheckt worden vanwaar de wind kwam en of het wel brandveilig was. Zo hadden de buren er geen hinder van.

Hoewel ik van mening was dat Staf wel gemakkelijk 100 jaar zou worden, werd hij de laatste jaren regelmatig ziek en moest hij in het ziekenhuis verblijven. Een bloedzwelling die tegen zijn hersenen aandrukte, zorgde voor hallucinaties. Zeker niet abnormaal, maar vele mensen vinden dat erg beangstigend. Voor Staf was dat anders. Hij ontdekte er een nieuwe wereld en vertelde er in geuren en kleuren over. Ook na zijn herstel bleef hij zich alles herinneren.

Terug thuis begon hij, samen met Bert, zijn lange kasseiweg op te knappen. Het vuil werd weggehaald, wortels onder de kasseien werden weggekapt en heel wat kasseien werden weer op de juiste hoogte gelegd. Alles nog eens afspuiten met de hogedrukreiniger en dan invoegen met zand en cement.

De tijd die we doorbrachten in de zetel van de kleine living werd in verhouding steeds langer. Lucia was er altijd. Samen werden herinneringen gekoesterd. Het verbaasde me steeds weer hoe goed ze op elkaar ingespeeld waren na al die jaren samen. Lucia maakte zich zorgen en wist dat het afscheid nakend was. Het belangrijkste voor haar was dat Staf geen pijn zou lijden. Haar emoties kon ze pas kwijt als Staf even moest verzorgd worden. Koers en voetbal op TV en de goede verzorging van Joost deden dan weer alle zorgen voor even vergeten . We maakten samen plannen voor zijn tentoonstelling in december, praatten over kunst en over de familie. Het was een geruststelling dat zijn beide jongens, hij noemde ze “os manne”, het roer hadden overgenomen. Hij was er toch zo fier op.

Toen hij een dikke week geleden weer eens terugkeerde uit het ziekenhuis, wist hij dat het de laatste keer was.

Met alle resterende kracht trachtte hij zijn routine terug op te nemen.

Hij wandelde rond het huis, hij wilde absoluut de bloemen gaan bekijken die door allen onder de deskundige leiding van Ingrid werden aangeplant, de bladeren en eikels, jokkels, zoals hij die noemde werden weggeblazen van de kasseien, de laatste takken die klaar lagen om opgestookt te worden bleven roerloos achter, kasseien dat is niet meer voor deze week, de haard werd nog eens aangestoken en dan ’s nachts nog een keer in de keuken rondlopen om iets eetbaars te zoeken.

Staf, groot in schoonheid en bescheiden in de kleine dingen van het leven,  had zich met de dood verzoend en sliep rustig in.

Staf ik ben fier dat ik jou mijn vriend mocht noemen.

Vaarwel!"

Jos Lemmens

stafbeerten bidprentje

Log in om reacties te plaatsen