Jef wordt op 7 augustus 1941 geboren in Paal. In Gestel leert hij boerendochter Maria Demulder kennen. In 1964 trouwen ze. Met Gerda, Sonja en Hilda krijgt het gezin 3 dochters. Ondertussen zijn er 8 kleinkinderen. Jef en Maria vierden in 2014 hun gouden huwelijksjubileum. “Tot we in 1971 onze huidige woning betrokken in de Buitingstraat, werkte Maria nog op de ouderlijke boerderij”, vertelt Jef, “ik was tot 14 jaar naar school geweest en moest daarna meteen aan het werk. Na mijn legerdienst werkte ik even in de mijn van Beringen. Daarna ging ik bij de firma Bouwmaterialen Stals in Beringen aan de slag. Ik zou er blijven tot bij mijn pensioen in 1996. In mijn jonge jaren was er niet veel keuze om bij een vereniging aan te sluiten. Ik was wel lid van de BJB, de Boerenjeugdbond. Dat veranderde na mijn verhuis naar Paal waar Wies Bleuckx vrijwel onmiddellijk aan mijn deur stond met de vraag om bode en bestuurslid te worden van de lokale ACV-afdeling. Als bode ging ik maandelijks bij de leden in mijn werkgebied de zegeltjes plakken als ze hun lidgeld betaalden. Dat bleef ik doen tot dit systeem werd afgeschaft. Nu ben ik nog steeds schatbewaarder van het ACV.” Het jaar 1977 was ook een sleuteljaar voor Jef en Maria want toen werden ze lid van de boogschuttersgilde Sint-Jan. Vooral Jef zou er als schutter geschiedenis schrijven. Beiden waren echter ook altijd actief om de werking van de gilde te garanderen. “Ik ben 7 maal gildekoning geweest en één keer keizer van het gewest Beringen”, zegt een terecht fiere Jef, “maar ik was ook verantwoordelijk voor het onderhoud van de zaal. In 1986 ging ik bij het bestuur. Nu ben ik nog schatbewaarder en natuurlijk schutter. Lange tijd waren er Groot-Beringen 11 boogschuttersgilden actief. Nu zijn er dat nog 9. Onze gilde werd opgericht in 1639 en is de oudste. Er nog zijn gilden in Beringen-centrum, Onderstal, Bovenstal, Korspel, Schaarbeek, Koersel en de andere Paalse boogschuttersgilden Sint-Sebastiaan Meelberg en Sint-Pieter Tervant. De gilden van Muizenheide en de Kruisbaan verdwenen.”
Flambeel
Samen met echtgenote Maria was Jef ook 20 jaar als vrijwilliger aan de slag bij Open Hart Paal. Een andere opvallende taak volbrengt hij echter als voorzitter van het Broederschap van het Heilig Sacrament. “Deze mannen droegen in de processie, toen die nog uittrok, het baldakijn”, aldus Jef, “wij beschikken ook over een bijzondere lamp die een ‘flambeel’ wordt genoemd. De laatste zondag van de maand, vroeger was dat de eerste zondag, trekt het broederschap tijdens de mis door de kerk met deze bijzondere lampen. Het is een zeer oude traditie die nog in weinig parochies bestaat. In de tijd van de processie werden de dragers van het baldakijn ook wel de mannen van de ‘stekskesgul’ genoemd.”
In de Sint-Janstraat, naast de gildezaal, staat nog een klein huisje dat eigendom is van de gilde. Het heeft de voorbije decennia diverse functies gehad van woning tot kantoor. Anekdotes zijn er genoeg te vertellen over het rijke gildeleven maar ééntje wil ik de lezer toch niet onthouden. Jef vertelt: “Zeker 50 jaar geleden was er een jonkman uit Paal die het gildehuisje huurde. Hij leerde in één of andere bar een meisje van plezier kennen en die trok bij hem in. In die bar ontving ze haar gasten in een hemelbed. Toen ze verhuisde bracht ze dat bed mee. Wellicht wilde ze haar ‘werk’ in Paal verderzetten. Dat was echter niet naar de zin van de devote leden van de gilde die tot hun consternatie vaststelden dat hun huisje nu wel een heel bijzondere bestemming had gekregen. De jonkman en zijn liefje werden uit het huis gezet.”
Het fatsoen was hersteld. Voortaan werd er nog enkel op de pluimpjes van de boogschuttersboom geschoten. (tekst & foto’s Martin Vanierschot)
(tekst & foto’s Martin Vanierschot)