Print deze pagina

Portret: Mil Coenen

Dit jaar is het 25 jaar geleden dat de mijn van Beringen haar deuren sloot. Daarom gaan we de komende portretten op zoek naar mensen van Paal met een hart voor de Beringse mijn en haar erfenis. Zo komen we terecht in de Irissenlaan waar Mil Coenen enthousiast vertelt over zijn periode in en na de put.

Mil wordt geboren op 8 juni 1956 in Beringen. Niet in het ziekenhuis maar in het huis op de markt van Beringen waar zijn ouders café hadden. Zijn jonge jaren brengt hij door in de Brugstraat en na zijn huwelijk met Rita Baers komt hij uiteindelijk in Paal terecht.

Mil herinnert zich zijn jeugd vooral al werkend. Zijn ouders waren zelfstandig. Pa deed na zijn caféperiode in auto’s en de jonge Mil mocht al snel meewerken in de garage. Hij haalde een diploma A3 techniek. Op 15 jarige leeftijd ging Mil werken. Hij wou de put in maar dat mocht hij niet van zijn ouders. Mil deed op jonge leeftijd verschillende jobs. Eerst in het vleesfabriekje bij Louis Carremans in Paal. Mil was bij de judoclub in Beringen en Louis was er voorzitter. Zo kreeg hij snel zijn eerste baantje. Maar als Mil ergens een paar frank per uur meer kon verdienen, ging hij meteen weg. Zo werkt hij achtereenvolgens bij meubelfabriek Timmermans in Beringen, Galenco in Paal, Bosmans in Heusden en tot slot kwam hij bij Renault in Vilvoorde terecht. Uiteindelijk als hij onder de vleugels van zijn ouders weg is en trouwt, gaat hij toch naar de mijn van Beringen. De nachtpost was zeer goed betaald en zo blijft hij tot aan de sluiting van de mijn werken in Beringen. De laatste drie jaren van zijn carrière werkt hij nog in de mijn van Zolder totdat ook daar de deuren definitief dichtgaan. Mil krijgt al op jonge leeftijd zijn mijnwerkerspensioen. Maar stilzitten, staat niet in zijn woordenboek.

“Het werk in de mijn was zwaar. Ik werkte in de tij. Met mijn 1m85 en 100kg was dat geen lachertje”, vertelt Mil. “Veel mijnwerkers beweren dat als ze de put terug zouden opendoen ze meteen terug naar beneden zouden gaan. Ik niet. Ik zou twee keer nadenken en zeker langer naar school gaan. Je kunt nog veel meer verdienen met langer naar school te gaan. Aan de vriendschap in de put heb ik wel heel goede herinneringen. Maar het werk in de mijn was echt niet om te lachen,” lacht Mil nu.

Na de sluiting van de mijn van Beringen blijft hij zich inzetten via de VEHOG, de latere Vrienden van het Mijnstreekmuseum voor het behoud van het mijnerfgoed in Beringen. Twintig jaar lang was hij ondervoorzitter van de Vrienden van het Mijnstreekmuseum. Zo organiseerden hij samen met de vrienden tal van activiteiten om het mijnmuseum uit te bouwen. Tientallen evenementen werden er ‘op de put’ georganiseerd. De mijnsterrennacht, klank-en lichtspelen, de mijnhappening en de kerstmarkt. Uren en uren heeft Mil zich vrijwillig ingezet voor de Vrienden van het Mijnstreekmuseum. Nu zijn gezondheid wat minder is, heeft hij noodgedwongen ontslag moeten geven als ondervoorzitter. Maar zijn ogen blinken als hij vertelt over die fijne periode bij de vrienden. Hij is terecht fier op de realisaties en dankzij de vrienden is de Beringse mijnsite goed bewaard en is er nu een goed draaiend museum.

Nu komt Be-Mine eraan. De toekomst zal uitwijzen hoe de site er zal uitzien. De plannen van het oude Minepolis liggen nog nauw aan het hart van Mil. Dat project is er uiteindelijk niet gekomen. Nu zullen we moeten zien of Be-Mine zal lukken. Hij hoopt het alleszins.

Naast het mijnmuseum heeft Mil nog verschillende hobby’s gehad. Mil was jarenlang een zeer goede judoka en behaalde verschillende Belgische en Europese titels. Hij richtte in Paal zelf een judoclub op. Mil heeft ook lange tijd met zijn Honda 500cc motorcrosswedstrijden gereden. Maar de combinatie met zijn werk was uiteindelijk niet meer haalbaar en zijn sportieve activiteiten liet hij achterwege.  Naast zijn werk op de put ging Mil immers ook nog bijwerken. Zo was hij na de sluiting van de mijn van Zolder een tijdje zelfstandig in bijberoep als garagist. Hij werkt in zijn kleine garage in zijn achtertuin aan auto’s. “Veel heb ik niet verdiend”, lacht Mil. “De meeste klanten waren familie en vrienden en dan kan je niet teveel vragen. Maar ik heb altijd hard gewerkt. Dat was de afspraak die ik gemaakt heb met mijn vrouw. Zij bleef thuis voor de kinderen en ik zou zorgen voor het geld. En daarom heb ik altijd hard gewerkt. Meestal heb ik twee posten gemaakt. Maar ik heb er geen spijt van”, besluit Mil.

Na ons hartelijk gesprek is het tijd om een foto te maken. En dat doen we voor het geschilderd portret van Mil als mijnwerker. Eén ding is duidelijk: eens mijnwerker, altijd mijnwerker.

Tekst en foto: Hans Put

Meer info over de herdenking van 25 jaar mijnsluiting op www.mijnmuseum.be

mijnsluiting

Laatst aangepast op 24 september 2014
Log in om reacties te plaatsen