Print deze pagina

Portret: Victor Geboers

Voor het portret van deze maand trekken we naar de Meldertsesteenweg in Paal voor een gesprek met Victor Geboers, een mijnwerker in hart en nieren maar ook een muzikant, fotograaf en beeldhouwer. Stof genoeg voor een boeiend gesprek.

Victor wordt geboren in Koersel op 12 januari 1932. Vic groeit op in de schaduw van de mijn waar vader werkt als hoofdopzichter. Het gezin trekt vlak na de geboorte van de kleine Vic naar Kwaadmechelen waar pa Jozef een huis gebouwd heeft op de ouderlijke grond van echtgenote Irma Reijmen. Vic gaat naar de lagere school in Kwaadmechelen bij de nonnekes.

Pa is al jong gepensioneerd als invalide en de oudste kinderen klussen wat bij met hout klieven en gaan dat brandhout verkopen bij particulieren in Leopoldsburg. Op regelmatige basis naar school gaan is er niet bij.  Als oorlogskind is het leven hard. Veel luxe kent het gezin Geboers niet. Vic had slechts een paar korte broeken en één paar klompen. Ook speelgoed kent de kleine Victor niet. "Ik zie me als kind zoals de kinderen nu in Afrika, zoveel armoede hadden we thuis", zucht Victor. 

Het speelgoed maakt de kleine Victor zelf en ondanks alle miserie wordt er toch veel gelachen. In de winter is het bitter koud in huis. De ijspegels hangen langs de ramen en deuren. Van isolatie is er geen sprake. Elke ochtend om half acht gaat Vic naar de mis. Daarna naar de catechismus en zo naar school. Vic heeft dikwijls koude voeten. Met sneeuw en ijs in zijn klompen. Gelukkig waren de zomers toen nog veel warmer.

Op 16 jarige leeftijd gaat Vic werken. Eerst in een ijsblokkenfabriek in Leopoldsburg maar al kort daarna gaat hij net als pa aan de slag in de mijn van Beringen. Hij begint als handlanger in de ondergrond. Hij werkt in de afdeling van de zogenaamde nabraak. Nadat de kolen uit de pijlers zijn gehaald, moet het nog bruikbare materiaal zoals hout, molijzers en transportbanden gerecupereerd worden. Het werk is dikwijls gevaarlijk en het is goed opletten voor instortingen. Victor werkt hard en wordt ouvrier of eerste werkman en later opzichter. Vic wordt zo de leider van een groepje van zes arbeiders. Alle opzichters zijn ook verplicht om te leren schieten, met dynamiet werken zeg maar. Vic moet daarom terug naar de schoolbanken om uiteindelijk schietmeester te worden. Vic heeft het werk altijd graag gedaan. Hij is naar eigen zeggen dan ook een geboren mijnwerker. Vic werkt uiteindelijk bijna dertig jaar in de put vooraleer hij op pensioen gaat in 1974.

Vic leert een meisje kennen in een danszaal in Zolder. Vic is er muzikant in een orkest. Leonie, een jong meisje dat bij een nonkel een handje toesteekt, brengt de muzikanten bier.  Per ongelijk valt er een plateau bier op Vic. En zo is de vonk ontstaan. Leonie en Vic trouwen in 1956 en wonen aanvankelijk in een huis van de mijn in de Kanaalstraat in Beringen-Mijn. Later koopt Vic een huis in Paal. Hier woont hij nu al sinds 1962. Het gezin krijgt één zoon: Jaak.

Terug even naar de muziek. Vic is in die tijd lid van de fanfare van Kwaadmechelen. Victor leert bij zijn houtleveringen in Leopoldsburg een kleermaker kennen. Daar ziet hij een piston hangen, een klein trompetje. Vic ruilt een paar zakjes hout voor dit blinkend instrument. Vic speelt al een aardig mondharmonica. Ook dit instrument heeft hij geruild voor een groot rantsoen zeep tijdens de oorlog. Vic kan nu via de fanfare muziekles gaan volgen. Als jonge gast speelt hij de pannen van het dak op zijn piston. Later gaat hij nog naar de muziekschool van Beringen-Mijn. Zeven jaar lang volgt hij enthousiast les. Zo wordt hij ook nog lid van de harmonie van de mijn. Hier speelt hij Engelse hoorn of beter gekend als althobo. Dankzij de harmonie van de mijn kan Vic ook verschillende reizen maken. Er worden verschillende concerten gegeven in Frankrijk en Duitsland.

Het leven van Victor wordt beheerst door muziek. Zo speelt hij in de concertbak bij de operettes die in Beringen en Beringen-Mijn worden opgevoerd in die tijd. Hier speelt hij altviool. En alsof dat niet genoeg is, speelt hij bij verschillende jazzorkesten. Hiervoor koopt Victor een accordeon bij Jef Verwimp, ook gekend als gekend als Jefke de blinde. Die heeft samen met zijn broers al een orkest om in cafés of bij kermissen te spelen. Met het orkest 'De Kanaries' speelt Vic accordeon, trompet, klarinet en viool. Later komt Victor in contact met Jef Vanierschot uit Koersel die als een soort manager overal orkesten plaatst en boekt. Hiermee sluit Vic een contract en wordt zo een veel gevraagd muzikant voor verschillende bekende orkesten zoals de Pick Up boys, de Zonnekloppers en de bekende zusjes Helma en Selma. Soms gaat Victor ook nog met een zanger en een drummer spelen in de lokale cafés tijdens de kermissen in de buurt. Al de verlofdagen gaan op aan het spelen van muziek. Aan zijn rijk gevulde muziekcarrière komt er een einde als hij in het huwelijksbootje stapt. Het nachtleven en het getrouwd leven gaan niet goed samen.

Vic vindt een nieuwe hobby in het bewerken van hout. Een van zijn eerste werkjes zijn de lampjes op het nachtkastje. Hij heeft ze uitgesneden met een aardappelmesje. Vic heeft de kunst van het houtsnijden geleerd van zijn grootvader. Frans gaf de kleine Vic een zakmes cadeau voor zijn eerste communie. Grootvader Frans en Vic gingen vaak samen wandelen en maakten dan wandelstokken. Van de schors van hondshout of sporkehout maakten ze fluitjes. Het bewerken van hout zal Vic altijd blijven doen. Ook vandaag zit hij regelmatig in zijn kelder en maakt hij houten beeldjes. Vic geeft op dit moment ook nog les aan een vijftal houtsnijbewerkers die wekelijks samen komen in de kelder bij Victor. In de jaren negentig stond Vic ook aan de wieg van de Paalse houtsnijclub. De groepje groeide op enkele jaren tijd uit tot een groep van ruim dertig personen. Het was meer dan een groep vrienden die op vrijwillige basis samen werkten en verschillende tentoonstellingen waren het gevolg. Vic werd later ook nog lid van de eerste Paalse kunstkring. Aan zijn carrière als houtsnijbewerker komt tijdelijk een einde als hij geopereerd wordt in de hals en het hart. Nu doet hij iets rustiger aan maar houtsnijwerk blijft nog altijd een passie. De laatste jaren heeft Victor ook nog de kunst van het airbrushen bijgeleerd en die techniek gebruikt hij om zijn beelden in kleur te zetten.

Victor is ook lange tijd lid geweest van de Paalse foto- en diaclub. Fotograaf Charles Daemen vroeg hem om lid te worden van de destijds beroemde Paalse club. Vic nam al langer foto's en in de club werkt hij met passie aan speciale foto's en reeksen over het riet, een eik of een machinist. Samen met de club neemt Victor ook mee aan wedstrijden. Vic blijft lid van de club tot aan het einde van het bestaan. Victor is ook altijd een fervent kampeerder geweest. Minstens vier keer per jaar trok het gezin erop uit met de tent. Met de tent trekken Victor en Leonie er jarenlang op uit in binnen- en buitenland. Eén van de mooiste reizen is naar het zuiden van Frankrijk: Monaco, Menton en Monte Carlo. Van een kleine tent gaat het uiteindelijk naar een vaste caravan op een camping in het Limburgse bronsgroen eikenhout. Hier geniet het gezin jarenlang van rust in de natuur.

Nu Vic de tachtig gepasseerd is, doet hij het wat rustiger aan. Het houtsnijwerk houdt zijn creativiteit nog scherp en het werk in de tuin houdt Vic jong.

Tekst en foto: Hans Put

Log in om reacties te plaatsen