Print deze pagina
24 september 2014

Geschiedenis deel 23: Een concordaat om de pil te vergulden voor Beringen!

Nadat in 1716 bleek dat de stad Beringen niet de financiële middelen had om een priester in Paal te betalen en te onderhouden, werd er koortsachtig gewerkt aan een overeenkomst tussen de parochies van Beringen en Paal, een concordaat werd het genoemd.

In totaal stonden in dit akkoord 15 artikelen. We hebben al vermeld hoe de pastoor van Paal volgens het nieuwe concordaat moest benoemd worden. 

Verschillende artikelen moesten de financiële pil voor Beringen helpen vergulden. Het verlangen om, na een jarenlange strijd, met een eigen parochie te kunnen beginnen moet enorm groot geweest zijn in Paal, als je leest welke inspanningen de gelovigen van de Buiting bereid waren te dragen. Het zou nu wellicht niet meer pakken!

Zo moesten ze in Paal niet alleen voor het onderhoud van hun eigen kerk instaan, maar ook zoals vroeger moesten ze blijven bijdragen in het onderhoud van de Moederkerk van Beringen. De kerk van Beringen mocht niet te lijden hebben van de afscheiding van Paal . Daarom moest bijvoorbeeld de helft van de kaarsen, tijdens een begrafenis die in Paal gecelebreerd werd, afgedragen worden aan Beringen. Bij een onpaar getal moest de kleine helft afgedragen worden.

De Pastoor van Paal moest tonen dat hij de prioriteit van de Moederkerk van Beringen bleef erkennen en eerbiedigen. Hij moest met het processiekruis voorop en gevolgd door de parochianen van Paal deelnemen aan de kruisprocessie en ook aan de processie op de zondag na Sint Pietsbanden. Indien het weer te slecht was om van Paal naar Beringen te komen, kon de Pastoor van Beringen hem van deze verplichting ontslaan.

Indien de Pastoor van Paal zonder redenen weg bleef, dan moest hij als boete 15 pond (de oude Vlaamse pond bedroeg 433 gram) afstaan aan de kerk van Beringen.

De koster van Paal die nu in de kapel van Paal de inkomsten opstreek, die zijn Beringse collega voordien in Paal ophaalde, moest ieder jaar rond Sint Andries zes imperialen (oud-Engels systeem van maten en gewichten) betalen aan de koster van Beringen. Indien hij dat niet deed, moest de gemeente Beringen dit bedrag afhouden van zijn loon als onderwijzer.  Blijkbaar hadden we in Paal toen een gemeentelijke lagere school waar Willem Notelaers, broer van de pastoor, die ook koster was, les gaf.

De “armentafel”(na de mis konden hulpbehoevenden aanschuiven om voedsel en kleren te krijgen)bleef tot nader bericht onverdeeld en gemeenschappelijk tussen de twee parochies.

Deze overeenkomst, concordaat genoemd, van 15 artikelen werd op 19 augustus 1716 door de 2 partijen ondertekend.

Het is niet bekend of er na de ondertekening een stevige pint of misschien wijn, gedronken werd op de “wapenstilstand”, die een einde maakte aan een eeuwenlange ruzie.

De jarenlange, dikwijls uitzichtloze strijd voor een eigen parochie in Paal en het halsstarrig verzet tegen dit verlangen in Beringen, had al die tijd heel veel energie en geld gekost aan beide gemeenschappen. 

André Luyten (wordt vervolgd)