Het kwam niet tot een vechtpartij tussen de 2 pastoors omdat drossaard Lebon zelf Notelaers aardig toetakelde. Lebon vond immers de laatste uitspraken van Notelaers niet kunnen en daarom trok hij Notelars opzij, hij sloeg hem op zijn rug en probeerde zelfs Notelaers een stamp te geven. Driessens was ondertussen terug de kerk ingegaan en hief het “Te Deum” aan. Het volk van Beringen zong uit volle borst mee. De plechtigheid in de kerk werd vervolgens besloten met een oratie, een soort gebed.
Als klap op de vuurpijl werd het slot van de kerk vervangen. De nieuwe sleutel moest als bewijs dienen voor het herstel van de vroegere toestand.
Pastoor Notelaers liet in het register van de kerkmeesters voor het nageslacht optekenen dat hij schandelijk uit zijn parochie werd gezet.
Vervolgens begon hij een echte, eenzame kruistocht. Hij liet er geen gras over groeien en trok regelmatig naar Luik om er zoals hij zelf het uitdrukte “hemel en aarde te bewegen” en om de zaak te deblokkeren.
Op 21 oktober, amper 2 weken na de zegetocht van het volk van Beringen aangevoerd door Pastoor Driessens door Paal, protesteerde de “officiaal”, dat was de rechter van de kerkelijke rechtbank van het bisdom Luik, tegen de uitvoering van de uitspraken van Rome door wereldlijke rechters. De rechter van de kerkelijke rechtbank gaf het bevel: handen af, op straffe van excommunicatie. Notelaers zocht ook steun bij de aartsdiaken. Hier had hij minder succes. De Pastoor vroeg om in de kapel opnieuw de mis te mogen lezen. Pastoor Driessens van Beringen stond hem dat echter niet toe.
De parochianen van Paal waren ondertussen ook in actie geschoten. Ze besloten geen sacramenten meer te willen ontvangen van de geestelijkheid van Beringen. Pastoor Notelaers schreef hierover een uitgebreide nota in het doopregister van Paal. “Die van Beringen”, aldus de nota,“verstoorden onze possessie en van die dag af werd het me niet meer toegelaten nog iemand te dopen, te trouwen of te begraven. Zozeer zelfs waren ze op hun tenen getrapt dat ze me 8 maanden lang verboden ter plaatse de H. Mis te lezen, zodat het volk samen met de Pastoor getroffen werden en tallenkante verstrooid…
Sommigen namen voor het doopsel hun toevlucht tot andere parochies of ze doopten hun kinderen zelf ofwel doopten de bestuursleden de kinderen, terwijl de twaalfmannen (die een soort van OCMW vormden) hun doden en die der gemeente begroeven”.
De nota van Notelaers geeft een goed beeld van de chaos die er op de Buiting heerste. De inschrijvingen in het doopregister getuigen van wanorde. Ze worden niet meer systematisch bijgehouden en worden door verschillende personen ingeschreven. Het gaat zover dat sommige kinderen na meer dan een maand na hun geboorte uiteindelijk gedoopt konden worden, soms in Beverlo, meestal in Schaffen.
Heelwat kinderen werden thuis gedoopt. Dit gaf soms zelfs aanleiding tot ruzie in de familie of in de buurt..
Zo was er het geval bekend van een kind dat, redelijk onverwachts door enkele “afvallige” vrouwen van Paal, die dus “de belangen van de Buiting ontrouw waren geworden”, een pas geboren kind naar Beringen droegen om het daar te laten dopen. Onderweg echter werden ze ingehaald door “trouwgebleven” Paalse vrouwen die het kind met geweld afpakten van de eerste groep en het vervolgens triomfantelijk terug naar Paal brachten.
Wat een toestanden!
Hoe moest dit verder? De kerkelijke chaos kon toch niet blijven duren.
Maar een oplossing was verder af dan ooit: noch pastoor Notelaers, noch het volk van de Buiting, waren bereid zich gewonnen te geven.
De impasse was compleet. Was ook de redding nabij?
André Luyten (wordt vervolgd)