Print deze pagina
24 september 2014

Deel 19: Terug naar af ?

Paal werd in 1708 eindelijk erkend als onafhankelijke parochie.  De parochie Beringen ging echter in beroep. Paal en Beringen raakten zo verwikkeld in een proces in Rome.  De Beringenaren verklaarden zich in Rome onverwacht bereid een pastoor in Paal te onderhouden maar de Palenaren waren van oordeel dat dit slechts een schijnmaneuver was.

De advocaten van Beringen stelden dan wel dat hun opdrachtgevers bereid waren een priester te onderhouden.  Hoe ze dat zouden doen was echter niet duidelijk en moest later blijken.

De Leuvense theoloog prof. Johannes Opstraet  die regelmatig in verbinding stond met de Heilige Stoel schreef aan toenmalig  Burgemeester van Beringen Jans: “Seght de Heeren van den magistraat datse vrij gerust zijn over deze woorden propriis sumptibus gemerckt die niet anders en beteekenen als dat den Heer Pastoor daer sal stellen eenen priester sonder kosten van die van de Buytinge” .

Beringen had niet alleen relaties in hogere kringen hier en in Rome, ook lokaal waren het kerkelijke en het wereldlijk gezag in Beringen 2 handen op één buik.

Omwille van het voluntaristisch voorstel van Beringen om de kosten van een priester in Paal te betalen besliste de opperste kerkelijke rechtbank  een courante oplossing te geven voor deze interne parochiekwestie tussen Beringen en de Buiting.

De uitspraak luidde als volgt:”…dat het moet in alles ende door alle herroepen en de vernietight worden gelijck wij hetselve vernietigen ende in alles ende voor voor alles herroepen datter noch gehouden wordt noch datter moet ooghmercke genomen worden de de geseyde afdeelinge…” En verder:”… datter door den geseyden Heere Pastoor kan gedeputeerd worden op zijnen kosten eene priester in de voorseyde kapelle, dewelke nochtans naeer sijnen wille kan afgestelt worden, voor de bediening der sacramenten ende voor den noodt ende noodsackelijkheden vn de vier voorseyde gehuchten, raekende de bestieringe van de zielen.”

Tot  driemaal toe werd deze uitspraak van het opperste gerecht in Rome herhaald nl. op 1 februari 1712, op 24 april 1713 en ten slotte op 22 juni 1715.

Paal zou dus definitief geen afzonderlijke parochie mogen worden.

Was dan alle moeite en opoffering van zoveel generaties voor niets geweest?

De uitspraak van de rechtbank uit Rome bereikte snel Beringen .  Het nieuws werd er ontvangen als “een blijde mare”.

Op 9 oktober ’s morgens vroeg presenteerden zich voor de schepenbank in Beringen de pastoor van Beringen en de 2 burgemeesters.  Zij vroeger aan de schepenbank om de uitspraak van Rome te doen nakomen. Ook de drossaard en de onderdrossaard van het land van Ham waren aanwezig en beiden verklaarden zich bereid de kerkelijke  uitspraak te doen naleven.  Omstreeks 9u begaf dit gezelschap zich,op verzoek van de Pastoor van Beringen en vergezeld door de ganse gemeenteraad en van een groot gedeelte van de bevolking van Beringen, op weg naar de Buiting.

Aan de kapel van Pael werd halt gehouden en op de deur werd een afschrift aangebracht van de apostolische brieven.  Een 2e afschrift werd persoonlijk overhandigd aan Pastoor Jan Notelaers van de Buiting.

De Beringenaren bezetten vervolgens de kapel en beneficiant Verdonck  begon een H.Mis op te dragen.  Vervolgens nam Pastoor Driessens van Beringen over om iedereen duidelijk te maken dat hij als pastoor van Beringen het recht had op de Buiting orde op zaken te stellen. Vervolgens stelde Driessens E.H. Stellingwerff aan om in zijn naam de sacramenten te bedienen.  Stellinwerff beloofde alle richtlijnen en aanbevelingen van Rome stipt te volgen. Hij zou in Pael komen wonen in het huis van Jan Ceunen.

Pastoor Notelaers riposteerde dat Stellinwerff veel te ver van de kerk woonde maar drossaard Lebon antwoordde dat Jan Notelaers geen pastoor meer was van Pael en dus al zijn gezag kwijt was. Alles in de kerk van Pael moest in zijn vroegere toestand hersteld worden.

Advokaat Vlecken die ook aanwezig was tussen het volk van de Buiting, dat zich ondertussen verzameld had aan de kapel, probeerde in de volkstaal, lees het plaatselijk dialect, aan de mensen uit te leggen dat het uiterst gevaarlijk was om tegen de besluiten van de Romeinse rechtbank in te gaan.  Hij voegde er aan toe dat de Buiting verplicht was om Pastoor Jan Notelaers buiten te zetten.

Notelaers, die tussen zijn mensen stond, antwoordde onmiddellijk dat hij wel wist waaraan hij zich moest houden. Hij zou alleen nog zijn rechten verdedigen en zich niet meer bezig houden met de bediening van de sacramenten. Opdat iedereen het kon horen riep hij luidkeels:

“Nu zal het gaan beginnen!

Nu of nooit is er nog op verstandhouding te hopen!”

Zou er gevochten worden? De pastoor van Beringen tegen die van Pael?

We naderen het hoogtepunt van de strijd…

(Wordt vervolgd)

André Luyten

Laatst aangepast op 24 september 2014