Met historicus Luc Vandeweyer kreeg de reeks van de Böetingse Kastaars een waardige afsluiter. Als zevende en laatste spreker van het eerste seizoen mocht hij de rij sluiten, en dat deed hij op zijn eigen gekende manier: boeiend, met kennis van zaken en doorspekt met verhalen en anekdotes waar je bleef naar luisteren.
Paalonline en de denktank mogen met tevredenheid terugblikken op het voorbije werkjaar. Zeven maanden lang kwamen zeven Böetingse Kastaars hun verhaal vertellen. Niet zomaar mensen, want eerst had Luc Savelkoul onderzocht of ze wel écht een Böetingse Kastaar waren. Iedereen gaf een unieke inkijk in zijn beroepsleven of uitgebreide hobby, en telkens zat de zaal goed vol. Het project bleek dan ook een schot in de roos.
Wie Luc kent van televisie, vooral in de periode rond 100 jaar einde van WOI, wist vooraf al dat het geen stille avond ging worden. Luc is een echte verteller, een man die precies elk document, elk verhaal en elk detail ooit ergens in een legerarchief heeft teruggevonden. Alles interesseerde hem, en vooral ook de verhalen achter de feiten.
Die interesse begon al van kleins af aan. Tijdens familiefeesten werd er vroeger veel verteld over “den oorlog”. Grote en kleine bompa hadden in het leger gezeten en rond de tafel kwamen de verhalen vanzelf naar boven. Daar groeide bij Luc de passie voor geschiedenis.
Na zijn studies geschiedenis aan de universiteit kreeg hij van zijn professor nog een bijzondere vraag:
“Luc, ge hebt alles in u. Ge moet doctoreren. Wat denkt ge?”
Als jonge student antwoordde hij gewoon: “Ja.”
Alleen… geld was er toen nog niet voor. Jaren later kreeg hij plots bericht dat er middelen vrijgekomen waren. Het was nu of nooit. Luc zei opnieuw ja, ook al was zijn vrouw net zwanger van een tweeling. Het werd een zwaar en intens jaar, maar hij werkte zijn doctoraat succesvol af. En aan zijn gezicht en stem hoorde je nog altijd hoeveel voldoening hij daaruit gehaald heeft.
Tijdens de avond volgden de verhalen elkaar in sneltempo op.
Zo vertelde Luc hoe hij ooit een tentoonstelling mocht gidsen voor Albert I van België. Alleen al dat was een hele eer. Maar de koning was zo geïnteresseerd dat hij alle tijd uit het oog verloor. Zelfs toen men hem erop wees dat het bezoek uitliep, wuifde hij dat weg. Uiteindelijk duurde de rondleiding bijna twee uur langer dan gepland. Dat alleen al bewees hoe meeslepend Luc kon vertellen.
Een ander verhaal pakte de zaal helemaal stil. Luc gaf ooit een boek aan een Joodse man. Toen die het opensloeg, begon hij te beven over zijn hele lichaam. In het boek stond namelijk een foto van zijn moeder — de eerste foto die hij ooit van haar zag. Zij was tijdens de oorlog gedeporteerd en gestorven in de gaskamers. Hijzelf was als kleine jongen verborgen gehouden door mensen uit het dorp.
Dat moment liet ook Luc niet los. Hij dook opnieuw het archief in, zocht de originele foto op, liet ze inscannen en vergroten en bezorgde de man later een mooie afdruk van zijn moeder. Een klein gebaar misschien, maar eentje dat recht naar het hart ging.
Ook het verhaal van een jong meisje uit Gent bleef hangen. Haar ouders hadden een naaiatelier dat tijdens de oorlog door de Duitsers werd opgeëist om de eerste gasmaskers te maken. Het meisje slaagde erin een gasmasker buiten te smokkelen en via het Nederlandse leger bij het Belgische leger te krijgen. Alleen kwam die informatie te laat om onze soldaten er nog mee te kunnen helpen.
Jaren later las Luc dat het meisje dankzij één van zijn boeken alsnog gehuldigd werd voor haar moedige daad. Dat deed hem zichtbaar plezier.
“Want,” zei Luc, “ze riskeerde toen niet alleen haar eigen leven, maar ook dat van haar ouders als de Duitsers haar betrapt hadden.”
Daarnaast sprak hij ook met veel passie over het belang van archieven bewaren en goed ordenen. Geschiedenis moet toegankelijk blijven voor iedereen. Op de vraag van iemand uit het publiek of gewone burgers ook gebruik kunnen maken van die archieven, antwoordde Luc volmondig ja.
“Stuur een mail met zoveel mogelijk gegevens,” vertelde hij, “en ge krijgt bericht wanneer uw dossier klaar ligt. Ga kijken, neem foto’s van wat belangrijk is, en zo hebt ge voor weinig geld een schat aan informatie.”
Zoals altijd vloog de avond veel te snel voorbij. Opnieuw zag Paalonline een volle zaal tevreden huiswaarts keren. Sommigen gingen nog even napraten met Luc of stelden hem nog een vraagje. Anderen trokken richting de twee witte bakken waar de medewerkers nog een frisse pint Omer of een andere drank bovenhaalden.
Luc, bedankt om mee te doen en te bewijzen dat ge een echte Böetingse Kastaar zijt.
En bijna vergeten: bij zijn pensionering werd Luc door de koning benoemd tot Officier in de Kroonorde en kreeg hij later ook nog de titel van Commandeur in de Orde van Leopold II.
Maar zoals Luc het zelf droog besloot:
“Wat ben ik daarmee? Thuis heb ik al een commandeur.”
AC