Op 5 december wordt de vraag door Mgr. Simenon van het bisdom Luik goedgekeurd.
Het contract tussen pastoor Vlecken en beeldhouwer Jan Coomans wordt opgemaakt en ondertekend op 10 december 1933. Dhr. Coomans verbindt er zich toe om beide beelden, 1m53 hoog, te vervaardigen in witte Carrara marmer of eventueel witte Franse steen. De beelden zullen 12 maanden na de bestelling geleverd worden. De parochie betaalt een voorschot van 10.000BEF en bij de aanvang van het 1ste beeld wordt nogmaals 5 000BEF betaald, alsook bij aanvang van het 2de beeld.
Dhr. Coomans meldt op 15 december 1933 dat hij marmer besteld heeft en dat de beelden 1m40 hoog zullen zijn. Op 9 september 1934 schrijft de beeldhouwer een brief waar hij zich verontschuldigt voor het uitblijven van het werk. Hij wijt de vertraging aan de slechte kwaliteit van marmer die hij ontvangen heeft. De nieuwe bestelde marmer is echter duurder en hij vraagt voorafbetaling van de beide beelden . Hij meldt tevens dat hij eerst nog andere bestellingen moet afwerken, alsook dat zijn werk vertraging oploopt door de geboorte van zijn 4de kind en het feit dat hij griep gehad heeft.
In een nieuwe brief van de heer Cooman dd. 11november 1936 verwijst hij naar een brief van pastoor Vlecken dd. 28 januari 1936. Hij verontschuldigt zich nogmaals voor de vertraging en zegt dat hij voorrang moet geven aan werk voor andere kerken, waaronder een bestelling van Mgr. Van Cauwenberg. Er wordt in dit schrijven geen nieuwe levertermijn beloofd.
Vanuit de parochie wordt op 15 december 1936 een brief verzonden, ondertekend door E.P. Van de Meerendonck, waarin uitdrukkelijk gevraagd wordt wanneer de beelden nu uiteindelijk geleverd zullen worden. Men verwijst naar de 3 jaren die ondertussen voorbijgegaan zijn zonder enig resultaat.
Jan Coomans antwoordt met zijn brief van 16 januari 1937 en verontschuldigt zich omdat hij de 2 beelden niet in marmer niet had mogen beloven maar wel in Franse witte steen. Echter schrijft hij ook dat de beelden in marmer in bewerking zijn en als zodanig kan hij de vooraf betaalde som niet terugstorten. Hij beklaagt zich dat zijn goede naam door deze aanslepende zaak in geestelijke kringen aangetast is.
In een brief van 3 mei 1937 vraagt de parochie nogmaals na waar de beelden blijven en zij voegen eraan toe dat hun vertrouwen in Jan Coomans nu wel weg is. Men beklaagt zich dat de voorafbetalingen gebeurd zijn .
Op 16 juni 1937 stuurt de parochie een brief waar zij de beeldhouwer uitnodigen naar Paal om de zaak te bespreken. Jan Coomans is duidelijk niet op deze uitnodiging ingegaan want op 23 december 1937 volgt een nieuwe brief waarin de parochie vraagt waarom men geen antwoord ontvangen heeft. Er is tevens navraag of de beelden nog in 1937 zullen geleverd worden.
E.P. Van Meerendonck schrijft op 22 februari 1938 een brief waarin hij meedeelt dat pastoor Vlecken op 13 februari 1938 overleden is en dat men gedwongen is om het volledige verhaal aangaande de bestelling van de beelden aan de volgende pastoor mee te delen.
In zijn schrijven van 28 februari betreurt de heer Coomans het overlijden van pastoor Vlecken en herhaalt weer een volledige uitleg waarom de beelden nog steeds niet geleverd zijn, zoals prijsstijging van het marmer, zijn lichamelijke ongeschiktheid om nog steen te kappen ,de meerprijs die hij moet betalen om het werk door een andere steenkapper te laten uitvoeren,alsook de prioriteiten die hij heeft moeten stellen om andere werken tijdig uit te voeren. Hij belooft om kortelings een nieuwe datum voor aflevering mee te delen.
Op 4 april 1938 volgt een nieuwe brief van dhr. Coomans waarin hij meedeelt dat hij geen vaste leverdatum voor de beelden kan geven. Hij beweert ook dat hij financiële problemen heeft. Hij stelt voor om de beelden in Franse witte steen te maken omdat dit sneller kan gaan en goedkoper is; maar voegt er ook aan toe dat hij geen geld heeft om witte steen te kopen.
Met zijn brief van 15 oktober 1938 verwijst dhr. Coomans naar de mobilisatie waardoor zijn antwoord vertraagd werd. Hij zegt dat hij financiële steun gevonden heeft en dat hij het werk kan aanvatten in marmer. Ook verwijst hij naar zijn ziekte en zijn miraculeuze genezing tijdens een bedevaart naar Beauraing waardoor hij weer werken kan. De brief eindigt met de belofte om mee te delen wanneer het 1ste beeld klaar is.
Hierna is er blijkbaar geen correspondentie meer, noch van de parochie noch van dhr. Cooman.
In de archieven van de parochie zit een handgeschreven, niet ondertekende of gedateerde nota, geschreven in potlood, waarin vermeld wordt dat er in totaal 30.000BEF betaald werd en dat de beelden nooit geleverd zijn. Ook werd het geld, ondanks bemoeiingen, nooit teruggestort.
Alex Van Roosbroeck mei 2020.

