Print deze pagina

de L van de Buiting

Laij

1. Lui

2. Lei om op te schrijven (met griffel)

Laij hoep

Luie vrouw

Laijerdaïj

Luiheid

Laijwèverknoppe

Drukknopen, om zonder te naaien in te zetten

Laijwèversop

Dozen- of pakjessoep

Laik

Luik

Lameere 

Tijd verbabbelen (vooral door vrouwen - lameer)

Lammetere

Klagen

Lampette

Overdadig alcohol drinken

Lamzak

1. Iemand die veel te goed is (goeie lamzak)

2. Iemand die lui is, luiaard

Lastverkoeweper

Iemand die altijd voor last zorgt

Lebbere

Traag smodderend drinken

Lee

Lende, taile

Lefke

Onderhemdje, hemdje

Legummemet

Groentenmarkt

Leiper

1. Elastiek

2. Snelbinder

Leirre

Lederen

Leitse

Bretellen

Leiverd

Linnen

Leivetig

Zonder verdoving

Lemme

Geit

Lepke 

1. Washandje (zie henneke)

2. Projectdrager voor schieterke

3. Stukje stof opnaaien

Lepper

Opgroeiende jongen, jongeling

Lèste

Laatste

Let

Kettingschakel

Lichtelék

Waarschijnlijk

Liebere wil

Uit vrije wil

Lieg

Laag

Liéjèf 

Leeuw

Lillèk

Lelijk

Linge

Linggen

Liwerik

Leeuwerik

Lodder

Iets slecht en oud (zie kerrel)

Loet 

Slechte luim

Loewepe

Lopen

Loewperke 

1. Kind dat pas begint te lopen

2. Looprekje voor kinderen

Lof

Kerkdienst zondag namiddag

Lommer

Schaduw

Lorejas

1. Slungel

2. Onbeholpen persoon

Löstere

Luisteren

Lotsoer

Onnozel infantiel iemand

Lötte

Laten

Lupt 

Loopt

Lut 

Flauw vrouw (ge zet een flo lut, trut)

 



Laatst aangepast op 4 augustus 2017
Log in om reacties te plaatsen