Column: Een warm hart voor Paal, om je een goed burger van Beringen te kunnen voelen! Speciaal

8 juli 2017
Beoordeel dit item
(29 stemmen)

 

Mijn stelling is dat je dorpen (kleinere leefgemeenschappen) moet koesteren, dat je het dorpsgevoel moet proberen te bewaren en waar nodig aanwakkeren, om tal van redenen. Er zijn een aantal nieuwe maatschappelijke evoluties . De groeiende afkeer van de politiek en het verzwakkend democratisch gehalte van onze samenleving daarover willen we in deze column even mijmeren. Laat me even een aanloop nemen.

Mondialisering

We beleven de mondialisering van de economie en de internationalisering van een aantal kwesties, de milieuproblematiek bijvoorbeeld. Tegen die mondialisering, gebaseerd op oude economische theorieën van Ricardo (de comparatieve voordelen in de wereldhandel) is voorlopig geen politiek kruid gewassen. Mondiaal speelt de wet van de jungle nog teveel bij gebrek aan echt machtige geopolitieke instellingen of aan sterke en wereldwijd georganiseerde vakbonden en andere middenveldorganisaties. Ons politiek antwoord op de mondialisering is en moet meer en meer een sterker Europa worden. Het oude continent heeft iets te verdedigen: de sociaal gecorrigeerde markteconomie zoals die hier na de oorlog gegroeid is en die welvaart bracht bij brede lagen van de bevolking, vinden we allemaal kostbaar.

 Europa

Langzaam maar zeker lukken we er in om in een groter wordende eengemaakte markt afspraken te maken rond te voeren sociaal-economisch, milieu- en gezondheidsbeleid. Om ons te weren in de harde jungle van de vrije wereldhandel hebben we een sterker eengemaakt Europa nodig. Dit vraagt een politieke machtsinlevering van de verschillende lidstaten ten voordele van een grotere machtsconcentratie binnen de Europese beleidsorganen. Het groeiend belang van Europa kreeg de voorbije weken en maanden enerzijds een boost door de politieke evoluties in de USA, door de Brexit en de verkiezingsuitslagen in Frankrijk, Nederland en Oostenrijk. Maar anderzijds is Europa voor heel wat burgers nog te bedreigend want, ver af, onoverzichtelijk, te groot, niet sociaal genoeg , noem maar op. Maar de richting naar "meer Europa" blijft onafwendbaar. Wie zegt meer Europa beslist tegelijk minder België.

Vlaanderen

Maar ook verder naar beneden wordt aan de Belgische bevoegdheden geknaagd. De deelstaten winnen sinds lang aan belang en aan macht ten koste van het federale niveau. Voor de democratie kan het een goede zaak worden: je brengt bevoegdheden en verantwoordelijkheden dichter bij de burger. In een steeds complexer wordende samenleving, waar ook het politiek bedrijf altijd maar technischer en moeilijker wordt, worden de marges voor te voeren beleid steeds kleiner. Daarom moet de politieke “machinerie” proberen zoveel mogelijk burgers mee te betrekken in het politieke denkwerk. De toegevoegde waarde van het provinciaal politiek niveau in haar huidige vorm en de efficiëntie van de beleidsorganen en de daaraan gekoppelde administraties wordt voor een aantal materies in twijfel getrokken. De eerste stappen in de afbouw van het provinciaal bestuurlijk niveau werden ondertussen al gezet.

Bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden en/of grote gefuseerde gemeenten

Wat wel aan belang wint zijn gewestelijke en/of provinciale samenwerkingsverbanden tussen gemeenten. Intercommunales (huisvuilverwerking, sociale huisvesting…), samenwerkingsverbanden (politie-en brandweerzones), (gemeente)grensoverschrijdende initiatieven, afspraken allerhande. Hier doen de gemeentebesturen doelbewust een stuk afstand van hun autonomie om regionaal een antwoord te zoeken op problemen of uitdagingen die het grondgebied van een gemeente ver overstijgen. De democratische controle op dit niveau is niet “comme il faut”, zoals recent vooral in Wallonië ten overvloede gebleken is. De laatste tijd gaan er meer en meer stemmen op om na de grotendeels mislukte operatie om op vrijwillige basis te fusioneren, na de volgende gemeenteraadsverkiezingen opnieuw verplichte fusies op ruime schaal door te voeren o.a. om het vrij onoverzichtelijk kluwen van intercommunales en samenwerkingsverbanden te kunnen afbouwen. Zowel voor fusies als voor samenwerkingsverbanden zijn voor- en tegenstanders. Hoe dan ook zullen er altijd gemeenten blijven als verzameling van dorpen, steden en leefgemeenschappen.

Gemeenten en dorpen

De gemeente is van oudsher het laagste politiek niveau, waar de democratie het best zou moeten functioneren. Maar wat zien we? Steeds meer burgers haken af, overzien hun uitgestrekte gemeente niet meer, vinden de lokale politiek een ver-van-mijn-bed-show. Het gaat er niet op verbeteren als we morgen een nieuwe grootschalige fusieoperatie doorvoeren en substantieel grotere administratief-politieke entiteiten gaan creëren. De gevolgen laten zich raden op vlak van levenskracht van de lokale democratie. De dorps- en gemeentelijke partijwerking vooral van de traditionele partijen lijdt nu al aan bloedarmoede. Een echte doorstroming van opvattingen rond te voeren beleid van onder naar boven en van boven naar onder is in de meeste partijen maar ook buiten de partijstructuren in de diverse overlegorganen, zeer beperkt. Om de 6 jaar wordt een moeilijke en moeizame zoektocht georganiseerd naar geschikte kandidaten om de lijsten “op te vullen”. Ik wil niet veralgemenen, er zijn ongetwijfeld uitzonderingen, maar in heel wat gemeenten is de afstand, de kloof tussen burger en beleid aardig aan ‘t vergroten. Over de oorzaak van dit fenomeen is de jongste tijd nogal wat onderzoekswerk verricht. Het is een complexe problematiek onlosmakelijk verbonden met de groeiende ingewikkeldheid van onze voortschrijdende beschaving. Maar telkens opnieuw komt aan het licht dat het tanend gebrek aan interesse voor gemeentepolitiek ook gevolg is van de omvang, de dimensie van de meeste steden en gemeenten. Er zijn echter uitzonderingen, vooral in het buitenland, waar men door moeilijke maar noodzakelijke ingrepen na een fusieoperatie, tegelijk terug politieke zeggingskracht aan de dorpen heeft gegeven door de creatie van verkozen dorpsraden die het gemeentebestuur adviseren over lokale dorpsproblemen of die binnen afgesproken budgetten zelf kunnen beslissen over een aantal beleidsaspecten en projecten. Hoe dan ook moet in Vlaanderen in het kader van een nieuwe fusieoperatie de burgerparticipatie structureel en met financiële zeggingskracht opgevijzeld worden. We moeten bovendien de jongeren terug warm maken voor de politiek in zijn edelste betekenis. Het dorp moet terug de kweekschool of –vijver worden voor alle andere politieke niveaus. De facto is dat natuurlijk altijd al zo geweest. Wie komt er op de lijst bij verkiezingen? Wie wordt er “gevraagd”? Mensen die hun sporen verdiend hebben in de dorpen, in het verenigingsleven, in de jeugdbewegingen. Lokaal ook, in de dorpen, moet kunnen aangetoond worden dat de gemeentepolitiek positieve dingen realiseert voor de mensen. Dat men begaan is met de zorgen van de mensen, van de gezinnen, van de kinderen. Zo moet stilaan opnieuw meer vertrouwen groeien in de politiek en de politici. We hebben ze immers broodnodig, gedreven, wijze en deskundige politici op alle niveaus. Er is dus geen tegenstelling tussen de verschillende politieke niveaus of tussen de verschillende gemeenschapsverbanden die in de loop der jaren of eeuwen gegroeid zijn. Ze vullen elkaar aan en zijn allemaal nodig, ook de dorpen ook al is er voor hen op dit ogenblik nog geen aangepast politiek vehikel. De denktank van paalonline ijvert, samen met vele anderen, om bij een volgende fusieoperatie, de lokale democratie en de burgerparticipatie op het niveau van de dorpen terug structureel te versterken. August Vermeylen parafraserend zou je kennen stellen: “We moeten blijvend ons dorp een warm hart toedragen, om ons gemeenteburger van Beringen te kunnen voelen, om een beter Vlaming te worden, een vuriger Europeaan en een verdraagzamer wereldburger”.

Gust Luyten

 

Log in om reacties te plaatsen