OUD-STRIJDERS VAN DE 'GROOTE OORLOG' (31) : MEESTER HUYBRECHTS (4)

22 maart 2017

De mobilisatie in de zomer van 1914

Vanaf de laatste dag van juli 1914 bracht de regering het leger op “versterkte vredesvoet”. Dat betekende dat de militieklassen van de drie voorgaande jaren 1910 tot en met 1912 massaal naar hun kazernes terug moesten. Dat betekende een vervierdubbeling van de gevechtseenheden. Wat soldaten betreft dan toch. Voor het depot van de 4de legerdivisie was het nu werken geblazen, want deze soldaten moesten allemaal uitgerust en bewapend worden zodat ze klaar waren voor de strijd.

Vooralsnog maakten de soldaten zich weinig zorgen. Ze verwachtten dat ze naar de grens zouden worden gestuurd om daar ostentatief de wacht op te trekken en zodoende te onderstrepen dat België een neutraal land was, waarvan het grondgebied onschendbaar was. Dat was bij de Frans-Duitse oorlog in 1870 ook gebeurd.

huybrechts dagboek1Vanaf dan volgden dag na dag verontrustende berichten. Duitsers en Fransen begonnen hun legers één dag later te mobiliseren dan België. Pas op 3 augustus vernamen de soldaten dat Duitsland in Brussel een ultimatum had neergelegd met de eis om het grondgebied te mogen gebruiken om op te trekken naar Frankrijk. De schade zou vergoed worden. Uiteraard werd dit geweigerd, want anders zou het land zijn neutraliteitsstatuut opgeven en dat was nu eenmaal essentieel voor België. De verontwaardiging over de Duitse eisen was groot. De sfeer sloeg nu om en helemaal in het nadeel van Duitsland. Zou dat land het aandurven om zijn troepen via België naar Frankrijk te sturen?

Pas op 4 augustus hoorden ze dat Duitse troepen inderdaad de grens waren over gertokken. De grote vesting Luik zou op korte termijn te maken krijgen met de aanvallers.

De fortengordel rond Namen lag gelukkig heel ver af van de Duitse grens. Huybrechts herinnerde zich blijkbaar niet zoveel meer van die periode, behalve dat zijn klaroen druk werd ingezet wist hij nog wel dat hij gedurende vier dagen eten moest dragen voor de officieren, maar ook voor de troepen. Die werden niet aan tafel bediend maar moesten in de rij gaan staan met hun gamel. Op één welbepaalde dag liep dat verkeerd af. De rij vloog op hem af en maakte de pollepel afhandig. Daarna begonnen ze zelf soep uit te scheppen tot de ketel leeg was. Was hij te krenterig naar hun zin? Of niet snel genoeg?

Veel belangrijker was de vrees voor de vijand. Die vrees vuurde een golf van ‘spionitis’ aan. Overal dacht men spionnen te zien. Ook soldaat Huybrechts liet zich daardoor meeslepen. Een Belgisch onderofficier vroeg hem in de stad Namen waar het hoofdkwartier was gelegen. Dat wist hij niet en hij moest dus het antwoord schuldig blijven. Maar zijn achterdocht was gewekt. De man sprong op zijn fiets en reed verder. Huybrechts liep hem nog wat achterna maar verloor hem uit het oog. Zijn conclusie was: “Waarschijnlijk een Duitse spion”.

Maar wanneer en waar zou de confrontatie met de Duitse troepen plaats vinden?

Luc Vandeweyer