De geschiedenis van Paal

De geschiedenis van Paal

In deze rubriek vind je beknopt de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van Paal.    André Luyten baseerde zich bij het schrijven van de teksten enerzijds op de geschriften van Pastoor Stefan Orye, pastoor van Paal van 1938 tot 1958, gepubliceerd in het Parochieblad en anderzijds op de boeken van Cyriel Brockmans, “Van Buiting tot Paal” en “Beringen, stad en Buitingen”. 

Door de verheffing van Beringen tot stad in 1239, werd het onderscheid tussen de “binning”, Beringen binnen de stadswallen en de “buiting(en)”, het gedeelte van Beringen buiten de stadswallen, officieel. Zo ook verwierf het huidige Paal zijn naam van “Buiting”.

Er was niet alleen het verschillend rechtssysteem tussen de stad en de Buiting en het feit dat de Buiting 2/3 van de belastingen moest ophoesten.

Wellicht zat er nog meer scheef tussen de stad Beringen en haar Buiting…  

Bij het uitbreken van de Luikse Revolutie (van 1789 tot 1795) vonden de inwoners van de Buiting het moment geschikt om nog maar eens hun grieven kenbaar te maken. 

De Luikse Revolutie was een woelige periode in het prinsbisdom Luik. Sommigen zien ze als een onderdeel van de Franse Revolutie. De revolutie eindigde met de opheffing van het prinsbisdom Luik en het opgaan ervan in 3 Franse departementen. 

Het huidige Paal, de Buitinghe van Beringen ,behoorde ook van oudsher tot de parochie Beringen.

Paal had dus geen eigen kerkgebouw, noch een eigen parochiale structuur maar wel een vrij grote kapel.

De patroonheilige van de parochie Paal is Sint Jan de Doper.

Johannes was een Joods profeet die je zowel in het Evangelie, als in de Koran terugvindt.

Talloos zijn de parochies overal ter wereld die hem als patroonheilige kozen.

“De Buiting” behoorde van oudsher tot de parochie Beringen, zoals Heusden overigens. Reeds voor 1400 werd Heusden een eigen parochie maar de pastoor van Beringen mocht in de aanvangsfase de pastoor van Heusden nog benoemen. De Buiting bleef echter deel uitmaken van de parochie Beringen.

In Beringen leefden in de 16e en 17e eeuw “gegoede families” die relaties konden onderhouden bij de hogere kerkelijke en burgerlijke overheden, zodat zij beter hun standpunt konden verdedigen dan de minder onderlegde, ongeletterde boeren van de Buiting.

Paal was dan geen afzonderlijke parochie, het dorp bezat wel een vrij grote kapel , een “beneficie”, die bediend werd door een “rector” of “beneficiant”, zoals in deel 4 al werd vermeld. Deze rector-beneficiant, een geestelijke, woonde meestal op de Buiting. Hij mocht echter geen biecht horen of stervenden bedienen. Het toedienen van de sacramenten bleef immers het voorrecht van de pastoor van Beringen.

Begin april 1700 werd een smeekschrift gericht namens “de Buiting” tot de vicaris-generaal van het prinsbisdom Luik, een zekere G.B. Van Hemisdael. In dat smeekschrift werd de toelating gevraagd om een nieuwe parochie op te richten omwille van het groot aantal inwoners van de Buiting .  Dat smeekschrift had echter een averechts effect.

Wat bezielde de Buiting toch in zijn strijd tegen Beringen? We kunnen het ons nog moeilijk inbeelden: een lange strijd van de gelovigen voor een afzonderlijke parochie. Wij leven nu in een tijd dat de parochies aan de lopende band worden “gefedereerd”, zonder dat het gelovige volk nog mort of actie voert.

De discussie tussen Paal en Beringen over een aparte parochie in Paal escaleerde.  In januari 1702 vaardigde de Vikaris-Generaal van Luik een decreet uit waarbij een commissie werd aangesteld om de toestand ter plaatse te onderzoeken. E.H. Rolin, secretaris van de vicaris-generaal en E.H. Jamar de Montfort, assessor of raadgever van de vicaris werden met de onderzoekstaak belast.

Op 13 maart 1702 kwam een commissie, afgevaardigd door de Vikaris-Generaal van Luik, de toestand ter plaatse onderzoeken. De inwoners van Paal beweerden immers dat de kerk van Beringen voor hen dikwijls onbereikbaar was door overstromingen of gesloten stadspoorten, die van Beringen beweerden het tegendeel.

De Bisschop van Luik decreteerde  in 1708 dat de nieuwe parochie Paal, volgens de overeengekomen voorwaarden, mocht worden opgericht. Tot eerste pastoor werd E.H. Jan Notelaers benoemd, een geboren en getogen… Palenaar.

Jan Notelaers was een priester geboren in Paal. De familie Notelaers bezat niet alleen een boerderij in Paal maar had ook een huis met tuin in Beringen, in het Steenstraatje.

Jan Notelaers beschikte over een beneficie in de kerk van Stevoort en over het beneficie van St. Anna in de kerk van Beringen. Een beneficie was sinds de Middeleeuwen het inkomen dat een priester verdiende door op vaste tijdstippen op een vaste plaats H. Missen te doen (zie ook Deel 4).

In een vorig deel kon u lezen dat op 13 maart 1702 een commissie, afgevaardigd door de Vikaris-Generaal van Luik, de toestand rond het conflect tussen Paal en Beringen ter plaatse kwam onderzoeken. Het verslag van de onderzoekscommissie bleef heel de zomer van 1702 gewoon in de schuif van de vicaris-generaal liggen tot januari 1703. Onwil?